‘Is het goed kelen door te snijden? Nee, zeg ik’

Grootmoefti van Egypte

De hoeder van duizend jaar islam krijgt het verwijt te zijn blijven stilstaan.

De Egyptische grootmoefti moet zijn oordeel geven over doodstraffen, zoals die van Mohamed Badie, leider van de Moslimbroederschap (midden). Foto Khaled Elfiqi/EPA

Het zijn tussenzinnetjes die dr. Shawki Allam, grootmoefti van Egypte en een van de meest gezaghebbende geestelijken uit de sunnitische wereld, in allerlei varianten graag laat vallen: „We kunnen bogen op ruim duizend jaar ervaring” of: „Dat is ons in ruim duizend jaar nog nooit overkomen.”

Hij wil er maar mee zeggen dat hier, in de statige ‘sigarenzaal’ van Hotel Des Indes in Den Haag, niet de eerste de beste spreekt. Hier zit de vertegenwoordiger van de samengebalde kennis en inzichten van ruim een millennium islam – zoals die in de loop der jaren zijn ontstaan op de Al-Azhar-universiteit in Kairo, de beroemdste uit de hele islamitische wereld, en in het aanverwante Dar al-Ifta, (het huis van de fatwa’s, religieuze edicten), dat Allam zelf sinds ruim twee jaar leidt.

Ondanks die ervaring hebben ook de meestal tamelijk gematigde grootmoefti en de Al-Azhar moeite de snelle ontwikkelingen in Egypte en elders in de moslimwereld bij te benen. Vooral de opkomst van allerlei fundamentalistische stromingen, die zich vaak ook bedienen van terrorisme, plaatst hen voor grote problemen. De grootmoefti spreekt in dit verband van „een terroristisch kankergezwel”.

Zelfs de studenten van de Al-Azhar-universiteit zijn niet altijd immuun voor radicale groepen als de Islamitische Staat en sluiten zich erbij aan. Volgens sommige critici is dat ook te wijten aan het onderwijs dat ze daar krijgen: dat zou vaak niet veel verschillen van de hardvochtige leer van IS zelf.

Dat laatste ontkent de grootmoefti ten stelligste. „Ik kan bevestigen dat er studenten zijn die ten prooi zijn gevallen aan zulk radicalisme”, zegt hij, „maar ik voeg er nadrukkelijk aan toe dat dat niet vanwege het curriculum van Al-Azhar is gebeurd maar ondanks. Als je naar de meer dan duizend jaar lange geschiedenis van Al-Azhar kijkt, zie je dat die nooit radicale ideeën heeft voortgebracht.”

Niemand minder dan de Egyptische president Abdel-Fattah al-Sisi verweet de geestelijken van de AlAzhar-universiteit echter onlangs te zijn blijven stilstaan. Hij riep de islamitische theologen op tot een hervorming van de islam, om die meer in overeenstemming te brengen met de moderne tijd.

Wat vindt u van die oproep?

„We zijn het volledig eens met president Sisi’s oproep om de islam te vernieuwen zodat die past bij de behoeften van de hedendaagse moslims. Zelf herzien we ons curriculum ook van tijd tot tijd. Maar let wel: de president riep er niet toe op de essentiële leerstukken van ons geloof te hervormen. Die zijn immers onveranderlijk. Slechts de interpretatie van zulke teksten kan veranderen. Dat is mensenwerk. En Sisi richtte zich tot ons omdat hij wist dat die belangrijke taak toekomt aan gespecialiseerde geestelijken, die daarvoor goed zijn toegerust.”

Waar zou die hervorming zich volgens u vooral op moeten richten?

„Met name op het verspreiden van het bewustzijn van moraliteit en ethiek, waartoe ik ook het hoofdstuk van de economische ontwikkeling reken. Maar de hervorming moet ook mensen in Egypte en elders aanmoedigen een religieus leven te leiden en in harmonie met andere burgers te leven. Bovendien moeten misplaatste ideeën van de radicalen worden bestreden met ons eigen tegenverhaal.”

Wat vindt u eigenlijk van de Islamitische Staat en zijn ‘kalifaat’?

„We zien dat terroristische groepen als IS een aantal op zichzelf goede concepten en waarden heeft gekaapt uit de islamitische geschiedenis en daar een eigen draai aan heeft gegeven. Zoals het concept van het kalifaat, dat bij een bepaalde periode van onze historie hoorde. Maar laten we ons toch eens afvragen: hoort het doden van burgers, het doorsnijden van kelen of het verbranden van mensen bij het islamitische kalifaat? Nee, zeggen wij. Ook het concept van de jihad hebben ze verdraaid. Dat hoort alleen te worden toegepast door een staatsapparaat, niet door individuen, zelfs niet als die met velen zijn. Er is een verschil tussen ware en valse religie en religiositeit. IS heeft niets met de ware islam te maken.”

Ook de turbulente ontwikkelingen in Egypte, waar het leger het na een kort intermezzo onder de Moslimbroederschap weer voor het zeggen heeft, baren de grootmoefti zorgen. In een recent opinieartikel voor het persbureau Reuters riep hij de wereld op de Egyptische regering toch vooral te steunen bij haar strijd tegen het „terroristische kankergezwel”. Dit ondanks verscheidene bloedbaden onder moslimbetogers, aangericht door het leger en een reeks processen van twijfelachtige kwaliteit tegen Moslimbroeders en anderen. Velen van hen werden zonder veel bewijs ter dood veroordeeld, Broederschapleider Mohamed Badie vorige week zelfs al voor de vierde keer.

Vindt u niet dat er onder president Sisi te veel repressie is, zoals mensenrechtenactivisten klagen?

„Laat me u even corrigeren: ik geloof niet dat er sprake is van repressie. Wat we in Egypte zien is respect voor de rechtsstaat. Dat betekent dat iedereen die zich niet aan de wet houdt wordt vervolgd, zonder onderscheid des persoons naar ras of etnische dan wel religieuze achtergrond.”

De regering moet u wettelijk raadplegen wanneer doodstraffen worden uitgesproken. Heeft u zich wel eens uitgesproken tegen de uitvoering van zulke straffen?

„Ja, die bevoegdheid heb ik. Ik bekijk de zaken en stuur mijn opinie dan terug. Dat heb ik al heel vaak gedaan. In het algemeen kan ik wel zeggen dat de rechters en ik er elk vanuit een ander oogpunt naar kijken. We zijn complementair. De rechters bezien het vanuit hun juridische perspectief, wij vanuit de normen van het islamitisch recht. Soms zijn we het eens, soms niet.”