Column

Groenink de poen, wij de rokende puinhoop?

Een paar jaar geleden daagde economiehoogleraar Ewald Engelen mij in een twitter-discussie uit of ik Rijkman Groenink durfde te verdedigen. De gewezen topman van ABN Amro was als ‘graaier’ toch alom persona non grata...

De aanleiding voor de twitter-twist was een Brits rapport over de ondergang van Royal Bank of Scotland, de RBS, die in de kredietcrisis van najaar 2008 was genationaliseerd. Een jaar eerder was RBS de spil in het bankentrio dat ABN Amro kocht. Toen de grootste bankovername aller tijden: 71 miljard euro. Het trio brak ABN Amro in drie delen.

Dat Britse rapport nam RBS op de korrel, niet ABN Amro, dus wat dat betreft was de uitdaging van Engelen een makkie. Hoe ging het in 2007? De overname van ABN Amro leverde personeel en topkader ongeveer een miljard euro op. Iedereen kon zijn aandelen en opties te gelde maken. Bestuursvoorzitter Groenink kreeg zo’n 30 miljoen euro, waarvan het meeste dankzij aandelenbeloningen.

Hij ging na de verkoop af door de zijdeur. De overnames waarvoor hij in 2006 en 2007 had geijverd, eerst door ING, later door de Britse bank Barclays, waren niet doorgegaan. Het hoogste bod, het bod van RBS cum suis, waartegen hij zich juist maanden had verzet, won.

Sinds de overname van ABN Amro is de naam van Groenink synoniem met het grootste graaien, terwijl hij wist of kon weten dat de banken zouden ploffen gezien hun geniepige risico’s en dat wij, de belastingbetalers, zouden opdraaien voor alle stroppen. De aantijgingen gaan soms bizar ver. Dit schreef cultuurhistoricus Thomas van der Dunk begin 2013 in de Volkskrant: „Het wantrouwen zal blijven zolang Rijkman Groenink niet de miljoenen terugstort die hij heeft overgehouden aan de deal waarbij ABN Amro met miljarden van de staat werd gered.” Ja, miljonair worden dankzij de nationalisatie in 2008 zou inderdaad een grof schandaal zijn geweest, maar Groenink was toen al bijna een jaar weg. En geen aandeelhouder.

Van hetzelfde laken een pak: publicist Joris Luyendijk, vorige week in onze weekendkrant. Hij typeert Groenink als de „man onder wiens leiding ABN Amro veranderde in de grootste mislukking uit de geschiedenis van het Nederlandse bedrijfsleven.” Een mislukking waarvoor het bankentrio 71 miljard euro betaalde? Groenink kreeg zijn miljoenen „vlak voor de bank instortte”. Hoe ver is vlak voor? Een dag, een week, een maand? Hij was toen al bijna een jaar weg. Ook bij Luyendijk is de suggestie: hij pakte de poen, wij kregen de rokende puinhoop. Houd de dief!

Voor mij zijn de naam Groenink en de overname van ABN Amro eerder synoniem met wegkijkende politici, oververhitte beleggers en controleurs die een hachelijke overname niet durven te stoppen.

De primaire controleur, De Nederlandsche Bank, pleitte vorige week voor bonussen die worden uitbetaald in schuldpapier, niet in aandelen. Dan ben je af van de stimulans dat mensen extra risico’s nemen om de koers op te drijven. Een begrijpelijk idee.

Maar verzekeraar NN en de bank Van Lanschot stellen hun beleggersvergaderingen voor om de bestuurders deels in aandelen betalen. Niet als bonus, zoals ING voorstelt, maar gewoon als vast salaris.

Aandeelhouders moeten daar om twee redenen nee tegen zeggen. De eerste is de prikkelwerking die ervan uit kan gaan om die extra risico’s te nemen. De tweede is het zinloos opdrijven van vaste salarissen aan de top. Het is looninflatie waar geen zichtbare economische waarde tegenover staat. Een slechte investering dus.