Column

Gelijke beloning

Als Dan Price lid van de PvdA of de SP zou zijn, was hij allang weggehoond, zeker door rechts Nederland, maar zó gemakkelijk komen ze niet van hem af. Price heeft zelfs nog nooit van de PvdA of de SP gehoord. Hij is topman van een bedrijf in Seattle dat betalingen met creditcards reguleert.

Hij begon Gravity Payments in 2004, toen hij nog maar 19 jaar was, en hij heeft het uitgebouwd tot een klein, maar kerngezond privébedrijf met 120 medewerkers en een verwachte winst dit jaar van 2,2 miljoen dollar. Een mooi resultaat, maar hij zou er nooit de kolommen van The New York Times mee hebben gehaald als hij niet onlangs een opzienbarend plan had gelanceerd.

Price verdient zelf 1 miljoen dollar per jaar, zijn werknemers zitten gemiddeld op 48.000 dollar per jaar. Een belachelijk en absurd verschil, vindt Price. Hij besloot de komende drie jaar iedereen, zichzelf incluis, op een jaarlijks minimumsalaris van 70.000 dollar te zetten, wat voor 30 mensen een verdubbeling van hun huidige inkomen betekent.

„Is anyone else freaking out right now?” vroeg Price aan het verbijsterde personeel toen hij het nieuws tijdens een bijeenkomst bekendmaakte. En hij voegde eraan toe: „I’m kind of freaking out.” ‘Freaking out’ betekent volgens het woordenboek ‘een verhoogde staat van emotionaliteit, veroorzaakt door angst, boosheid of opwinding’. Ik vermoed dat het personeel, evenals Price, helemaal uit zijn dak ging van opwinding. Een baas die eigener beweging het grootste deel van zijn salaris inlevert – kom daar tegenwoordig eens om.

Wat bezielt Price? Hij heeft gezegd dat hij er geen enkel politiek doel mee nastreeft. Wat hem dwarszat waren de steeds terugkerende verhalen van vrienden, die moeite hadden het hoofd boven water te houden. Zij verdienden zo’n 40.000 dollar per jaar, te weinig om hun plotseling verhoogde huur of hun knagende creditcardschuld te kunnen betalen. „Ik hoorde dat elke week”, zei hij, „en het vrat me op.”

Hij probeerde de ongelijkheid aan te pakken, al werd hij wel nerveus van zijn eigen plannen, omdat hij de prijzen voor zijn klanten niet wilde verhogen. Wat er na de voorgenomen termijn van drie jaar gebeurt, werd mij niet helemaal duidelijk. Price heeft in ieder geval beloofd dat hij zijn eigen salaris laag zal houden, totdat het bedrijf de winst heeft terugverdiend die het maakte vóór de invoering van de nieuwe lonen.

Price lijkt me eerder een pragmaticus dan een idealist. Hij leeft sober: hij rijdt een 12 jaar oude Audi en heeft geen dure hobby’s. Van de onderzoekers Angus Deaton en Daniel Kahneman heeft hij geleerd dat geld maar tot op zekere hoogte gelukkig maakt: 75.000 dollar per jaar is heus wel genoeg.

The New York Times vermeldde nog dat Amerika een van de grootste inkomenskloven van de wereld heeft - met directies die 300 maal zoveel verdienen als de gemiddelde werknemer.

Zou het toeval zijn dat de plannen van Price samenvallen met de actie van de 19-jarige vakkenvuller Soufian Afkir, die Ahold-topman Dick Boer tijdens een aandeelhoudersvergadering de les las, omdat Boer in één jaar verdiende (3,7 miljoen euro) waar Afkir 299 jaar voor nodig had?

Geen puur toeval, lijkt mij. Hoewel Price en Afkir nooit van elkaar gehoord zullen hebben, heeft de tijdgeest hen samengebracht in het huis waar Thomas Piketty en Joris Luyendijk zich al gevestigd hadden. Wie volgt Price?