Walvisbotetende worm at vroeger reptielbot

Tegenwoordig leven ze van walvisbotten, maar 100 miljoen jaar geleden aten botverterende diepzeewormen nog beenderen van gezonken zeereptielen.

Dat schreven een Britse en een Amerikaanse paleontoloog vorige week in Biology Letters. Zij vonden boortunnels van de diepzeewormen in botten van prehistorische zeeschildpadden en van een uitgestorven plesiosaurus.

De wormen, van het geslacht Osedax, hebben een unieke levenswijze. Ze hebben geen mond of darmstelsel, maar boren zich met hun achterlijf in botten van gezonken walvisbeenderen. Met hulp van bacteriën breken ze het bot af.

De Osedax-wormen werden pas in 2002 ontdekt in walviskarkassen op de oceaanbodem. Later zagen paleontologen hun boortunnels ook in fossiele walvisbotten.

Rond de evolutie van Osedax bleef wel een raadsel bestaan. De eerste grote walvissen leefden zo’n 45 miljoen jaar geleden. Maar uit DNA-onderzoek bleek dat de wormen al 125 miljoen jaar geleden ontstonden, lang voordat er walvissen waren. Wat aten de wormen toen?

Nu is het antwoord duidelijk: zeereptiel. De meeste grote zeereptielen stierven 66 miljoen jaar geleden (in het Krijt) uit, toen een meteoriet op aarde stortte. Zeeschildpadden overleefden de klap. Een mazzeltje, voor Osedax.