‘Deze foto’s zijn moeilijk voor Nederland’

Sinds zaterdag is World Press Photo in Amsterdam te zien. Inclusief MH17-fotografie.

Foto uit de geëxposeerde serie van Jérôme Sessini. Bevolking kijkt naar de plek van de vliegramp Jérôme Sessini

Een foto met een slachtoffer van de MH17-vliegramp tentoonstellen. Hoe shockerend is dat voor de Nederlander? Wie de expositie van World Press Photo in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bezoekt, wordt bij binnenkomst meteen geconfronteerd met een fotoserie over de ramp met MH17 (1e prijs, Hard Nieuws) die vorig jaar werd gemaakt door Magnum-fotograaf Jérôme Sessini voor Time Magazine en De Standaard.

Op twee van de geselecteerde beelden uit de fotoserie zijn slachtoffers te zien. Een groot afgedrukte print toont het lichaam van een passagier die nog zit vastgegespt in een stoel in een tarweveld. Zijn gezicht is afgewend, maar de armen, jeans en een wit hemd zijn zichtbaar. Op een kleiner formaat is een foto afgedrukt van een, vermoedelijk, vrouwelijk slachtoffer dat door het dak van een huis is gevallen.

Naast deze beelden hangt nog een andere fotoserie van Sessini (2e Prijs, Hard Nieuws) die de fotograaf maakte tijdens de protesten op het Maidanplein in de Oekraïense hoofdstad Kiev. Een van de foto’s toont een zwaargewonde man die is geraakt door een sluipschutter. Karin Lijfering (38), die de expositie bezoekt, is onder de indruk. De twee foto’s met de MH17-slachtoffers vindt ze heftig, maar het gaat haar niet te ver. „Dit is waar fotojournalistiek voor is,” meent ze. „Misschien dat je nabestaanden hiervoor moet waarschuwen, maar wie deze tentoonstelling bezoekt, kan dit soort beelden verwachten, hoe shockerend ook.” Haar moeder Kora Kes (73) is het met haar eens. „Deze foto’s doen veel met je. Maar het is toch heel persoonlijk hoe je hier op reageert.”

Na de ramp waren de Nederlandse media zeer terughoudend met het tonen van stoffelijke resten van slachtoffers van de ramp. Waarom besluit WPP nu toch deze foto’s te laten zien? „Er hangen op de expositie ook beelden met slachtoffers op het Maidanplein”, zegt WPP-directeur Lars Boering. „Er is ook een foto van een man die uit een greppel wordt getrokken voordat hij sterft aan ebola. Mag dat dan wel?” De discussie over dit soort ethische grenzen komt volgens hem ieder jaar terug. „Ik begrijp dat deze foto’s moeilijk zijn voor Nederland, maar er zitten ieder jaar heftige foto’s in de uitslag”, zegt Boering. De slachtoffers van de ramp met MH17 zijn volgens hem niet herkenbaar in beeld gebracht. „Bovendien begint deze tentoonstelling in Nederland maar het gaat daarna naar 40 verschillende landen waar men het anders ervaart.”

Gaat WPP te ver? Stichting Vliegramp MH17 geeft geen reactie op de vraag maar Martijn Kleppe, onderzoeker bij de Erasmus Universiteit en gespecialiseerd in persfotografie, wijst erop dat dit soort gruwelijke beelden altijd discussie losmaken. „Zodra een ramp dichtbij komt, kunnen we er niet tegen. Time plaatste deze foto’s vorig jaar al online, alleen in Nederland hebben we het in de media niet teruggezien. Het is interessant dat WPP ons nu confronteert met dit soort beelden.”

Pierre Crom, die in Oekraïne fotografeerde voor ANP, NRC Handelsblad en HH en dit jaar de Zilveren Camera won met zijn serie over MH17 heeft met Sessini gewerkt in Oekraïne. „Wij zijn samen opgetrokken. Sessini maakt altijd harde, ruwe beelden. Hij wil laten zien hoe afschuwelijk oorlog is. Ik ben het wel met hem eens.” Zelf was Crom door ANP gevraagd geen stoffelijke resten te fotograferen. „Ik heb dat wel gedaan maar niet in het aanbod meegestuurd.” In zijn winnende fotoserie is slechts één been van een slachtoffer te zien. „Wat is onherkenbaar? Een nabestaande kan misschien toch een kledingstuk herkennen.”