De voorzitter is weg, wat nu

Louise Gunning kon moeilijk een ander besluit nemen dan ze zaterdagavond deed: ontslag nemen als voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam. Ze zal haar kwaliteiten ten dienste van de UvA blijven stellen als universiteitshoogleraar.

Het is op zichzelf te betreuren dat een als bekwaam bekendstaand bestuurder zich gedwongen ziet op te stappen. Maar nadat zowel de studentenraad als de ondernemingsraad het vertrouwen in het college had opgezegd, was het vertrek van het boegbeeld daarvan, de voorzitter, onvermijdelijk geworden. Ook een deel van de hoogleraren en andere medewerkers meende dat het tijd werd met „een schone lei” te beginnen en zag bij die opfrissing geen plaats voor de zittende bestuursleden.

Zelf liet Gunning weten in te zien dat er een vernieuwd college van bestuur moet worden samengesteld om leiding te geven aan de gewenste modernisering. Of alleen haar vertrek en de gewijzigde taakverdeling tussen de drie overige bestuurders daarvoor volstaan, staat nog te bezien. Herstel van vertrouwen is nu hun primaire taak. Hopelijk zien alle betrokkenen in dat het resultaat, de uitvoering van het afgesproken tienpuntenplan, belangrijker is dan de namen op de bordjes van de bestuurstafel.

Het huidige bestuur, met Gunning in de frontlinie, bleek niet over het vermogen te beschikken om tot werkbare communicatie met de opstandige studenten en andere ontevreden leden van de academische gemeenschap te komen. Eenvoudig was dat ook niet, omdat de bezetters zich niet in geijkte structuren lieten organiseren. De afspraak met de een was niet noodzakelijk ook een afspraak met de ander. Het contact was al vanaf het begin moeizaam, in februari, toen de onvrede tot uitbarsting kwam in de vorm van een bezetting van het Bungehuis. Daar werd snel korte metten mee gemaakt, anders dan met de daarop volgende bezetting van het Maagdenhuis.

Die sleepte zich voort en toen het einde ervan in zicht was, aangekondigd door de bezetters, riep het college van bestuur toch de hulp van de politie in. Dat was, door een uitspraak van de rechter, juridisch correct, maar uit bestuurlijk-tactisch oogpunt onhandig. Het gaf voor de medezeggenschapsorganen de doorslag bij hun besluit om het vertrouwen in het college van bestuur op te zeggen.

Of met het vertrek van de voorzitter de lei voldoende is schoongeveegd, moet dus nog worden afgewacht. Alleen het opstappen van Gunning is geen oplossing voor de conflicten, het kan daar wel aan bijdragen. Maar vooralsnog geldt voor dit besluit wat de centrale ondernemingsraad gisteren liet weten: „Het is jammer dat het zover heeft moeten komen.”