De komende twintig jaar is Groningen niet zo veilig

Om Groningers weer veilig te laten wonen, moet tweederde van het aantal woningen worden verstevigd. Dat gaat lang duren, zegt gedeputeerde William Moorlag.

foto flip franssen

Groningen gaat ingrijpend op de schop. Zo’n 152.000 woningen moeten worden verstevigd, becijferde ingenieursbureau Van Rossum in opdracht van het provinciebestuur. En waar het versterken te ingewikkeld en te duur wordt, zoals bij 43 rijtjeshuizen in Loppersum, volgen sloop en nieuwbouw.

Die 152.000 woningen zijn ruim tweederde van het totale aantal huizen en appartementen in Groningen (212.500). In februari becijferde een stuurgroep in opdracht van minister Kamp (Economische Zaken, VVD) nog dat het ‘slechts’ ging om 30.000 tot 90.000 huizen.

Een „ongelooflijke puist werk”, reageert provinciebestuurder William Moorlag in zijn laatste dagen als gedeputeerde. Zijn partij, de PvdA, halveerde na de verkiezingen in Groningen en onderhandelt niet mee over een nieuw provinciebestuur. Dat maakt het probleem niet minder prangend. „Het versterkingsplan plaatst Groningen en de Groningers voor een duivels dilemma.”

Op welk dilemma doelt u?

„Als je de aantallen woningen bekijkt dan neemt deze versterkingsoperatie tientallen jaren in beslag. Anders kunnen de 400 beschikbare constructeurs dit niet klaarspelen. Wat zeg je tegen de mensen die al die jaren moeten wachten op een veilige woning? Ik vind dat een eerlijke boodschap aan de Groningers moet worden verteld.”

Wat is die eerlijke boodschap?

„We moeten de mensen eerlijk vertellen dat ze de komende twintig jaar in Groningen niet zo veilig kunnen wonen als elders in Nederland. Dat moeten de Nederlandse Aardolie Maatschappij [NAM] en het kabinet de Groningers eerlijk zeggen. Als mensen daarom uit de regio weg willen, moeten ze weg kunnen met beroep op een fatsoenlijke uitkoopregeling. Je mag de mensen hier niet opgesloten houden in onverkoopbare huizen. Zelf ben ik met geen tien paarden weg te krijgen uit dit gebied. Mijn kinderen zijn het huis uit. Maar als ze nog jong waren geweest, zou ik ook twijfelen.”

William Moorlag (55) groeide op in Onderdendam, midden in het aardbevingsgebied. De gasbel was een groot geschenk, hield de hoofdmeester zijn schoolklas eind jaren zestig voor. Het gas bracht het dorp voorspoed, vooruitgang en veiligheid. De Moorlags kregen een geiser en een douche en William hoefde niet langer in de zinken tobbe. Een gaskachel verving de kolenkachel met soms giftige kolendamp.

Maar vijftig jaar later, vertelt de gedeputeerde, is het grote geschenk veranderd in „een sluipend gevaar”. De gaswinning veroorzaakt steeds meer aardbevingen, die waarschijnlijk nog zwaarder worden ook. Mensen en huizen raken ontzet. Een „acceptabel risiconiveau” kan het Staatstoezicht op de Mijnen niet garanderen.

Had u dat eerlijke verhaal niet eerder moeten vertellen?

„Dat kon niet. Tot de klap bij Huizinge was ons voorgespiegeld dat de aardbevingen alleen schade en overlast veroorzaakten. Pas in 2013 werd duidelijk dat ze ook een veiligheidsprobleem met zich meebrachten. Daarna heeft het nog lang geduurd voordat we de risico’s scherp in beeld kregen. Nog steeds is die foto niet scherp en weten we weinig. Maar we weten wel dat tienduizenden huizen bij een zware beving onveilig zijn.”

Hoe onveilig precies?

„Dat moet per woning worden doorgerekend en hangt af van de risiconormen. Die staan nog niet vast. Hoe dan ook: het versterken zal diep ingrijpen, in het gebied en bij de bewoners. Sommige woningen worden tot op het casco gestript en voorzien van staalconstructies verankerd in betonnen vloeren. En dan heb ik het nog niet over de aantasting van het Groningse cultureel erfgoed. Het mag niet zo zijn dat Groningen verbunkert en de bulldozer over onze karakteristieke gebouwen die total loss zijn verklaard heenrolt. Daarmee tast je de ziel en de identiteit van het gebied aan.”

Hoe is te voorkomen dat Groningen ‘verbunkert’?

„Nog voor de zomer benoemt het kabinet een nationaal coördinator. Die neemt de NAM de regie uit handen en wordt verantwoordelijk voor deze ingrijpende gebiedsoperatie – die kun je ’t best vergelijken met grootschalige dorps- en stadsvernieuwing. Hij maakt een meerjarenbegroting. Er moet een trekkingsrecht op de NAM komen voor een langjarig programma. En hij zal verder kijken dan naar de constructie van één gebouw, zoals de NAM nu doet. Neem onze middeleeuwse kerken: als je die ingrijpend gaat versterken, verniel je het monument. Doe je niks, dan verliest het zijn publieksfunctie. Maar je kan in de kerk ook een tijdelijk casco zetten, zodat Groningers blijven kerken.”

Maar dan gok je erop dat de zware klap uitblijft.

„Inderdaad. Het houten casco blijft staan voor de duur van de veiligheidsrisico’s. Maar wat is 50 jaar op het leven van een kerk die er al 800 jaar staat? Van zulke quick wins moeten we het de komende jaren hebben. Als je in woningen alleen de slaapvertrekken beveiligt, heb je de helft van de veiligheidsrisico’s al weggenomen. Anderzijds: als de grote klap komt, wordt alles anders.”

Biedt u hiermee Groningers een toekomst in het aardbevingsgebied?

„Dat zal voor elke Groninger anders zijn. Maar voor mensen die ervoor kiezen te blijven, moeten we kwaliteit in het gebied pompen. Zodat het een aantrekkelijke plek blijft om te wonen, ondanks het hogere risico. Maak Groningen voorloper in energietransitie, geef ze toekomstvaste scholen.”

U was drie jaar actief in dit dossier. Heeft u steken laten vallen?

„We hebben gedaan wat we konden. Het was trekken, sjorren en duwen. En zowaar: er wordt hier dit jaar minder aardgas gewonnen en er komt een nationaal coördinator. Maar het gaat te langzaam en het vertrouwen van de bevolking is verdwenen. Het is allemaal too little too late. Waar de Groningers behoefte hadden aan een haakse bocht, is er een Haagse bocht genomen. En dan kun je als regering zeggen dat je spijt hebt en blijven onderzoeken, maar er moet gepresteerd worden. Het gaat Groningers niet om de kippen die het hardste kakelen, het gaat om de kippen die eieren leggen.”