De I Have a Dream-speech? Het had een stuk van Bach kunnen zijn

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: zó simpel kan Bach zijn.

Wat hebben Johann Sebastian Bach en Martin Luther King gemeen?

Je zult de componist en de burgerrechtenactivist/dominee niet vaak samen in één zin zien staan. Bach beleed het geloof van kerkhervormer Maarten Luther, naar wie King min of meer vernoemd is. Beiden waren mannen die in straatnamen zijn vereeuwigd. Daar houden de overeenkomsten wel zo’n beetje op.

Maar ik wil niet de personen tegen elkaar afzetten. Ik wil het hebben over Martin Luther Kings beroemdste wapenfeit, een van de sterkste toespraken ooit: de speech, uitgesproken op 28 augustus 1963, waarin hij pleitte voor gelijke rechten voor alle Amerikanen.

I Have a Dream.

Wat maakte die speech zo goed? De inhoud, natuurlijk. Maar eigenlijk zegt King niet zo héél veel. Hij refereert aan wat zijn publiek al kent: de Bijbel, de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en grondwet. King herhaalt, herhaalt en herhaalt. I have a dream, klinkt het maar – een mantra. Het woord dream wordt telkens aangezet. Steeds klinkt het anders. Steeds spreekt hij het vuriger uit. Hoger. Hij spreekt met een melodie in zijn stem. King werkt toe naar een climax. Free at last! Free at last!

De speech is, kortom, muzikaal. En bevat trouwens ook muzikale verwijzingen – hij heeft het immers over een ‘symphony of brotherhood’.

Die opbouw kun je best vergelijken met de fuga’s van Bach. Een fuga (afgeleid van ofwel het Latijnse fugere, vluchten, of fugare, verdrijven) is een vorm of compositie waarin een (abstract) thema door één stem wordt ingezet, waarna het door andere stemmen wordt overgenomen, vaak op andere toonhoogte. Er ontstaat een vlechtwerk van stemmen, allemaal afgeleid van dat ene stukje muziek. Zoals King het in zijn speech steeds heeft over zijn droom, zo hoor je in een fuga van Bach steeds eenzelfde muzikaal motief terugkomen, in allerlei gedaanten.

Laatst stuitte ik op een briljant filmpje van de jonge Iraans-Britse klavecinist Mahan Esfahani. Hij speelt met een collega het Vivace uit de Derde sonate voor viola da gamba (een strijkinstrument dat in de barok populair was) en legt uit hoe die compositie in elkaar zit. Bach gebruikt eigenlijk maar een paar figuurtjes, die hij de namen large, red, fire, truck en (toeval?) dream geeft. Ze klinken door elkaar, na elkaar.

De anatomie van een geniaal muziekstuk blootgelegd met vijf simpele woordjes. Meesterlijk.

En meesterlijke muziek is het, die bij mij dezelfde diepe indruk achterlaat als de speech van Martin Luther King.