Champagne smaakte 170 jaar geleden kruidig, rokerig en vooral zoet

Kurk van gevonden fles bij Finland. Foto Visit Aland

Ook na 170 jaar op de bodem van de Oostzee smaakt de champagne van Veuve Clicquot nog prima. Fijnproevers omschrijven de smaak als ‘kruidig’, ‘rokerig’ en ‘lederachtig’. De champagne is zoeter en bevat minder alcohol dan moderne champagnes. Ook bruist de drank niet meer zoals vroeger.

Dat schrijven Franse wijnonderzoekers vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. Zij mochten drie champagneflessen ontkurken die in juli 2010 door Zweedse duikers zijn opgedoken uit een scheepswrak voor de Finse Ålandeilanden. Bij elkaar vonden de duikers 168 flessen, een daarvan werd in 2011 voor 30.000 euro geveild.

De etiketten zijn in het zeewater vergaan, maar uit het opschrift op de kurken bleek dat de champagne gebotteld werd door champagnehuizen Veuve Clicquot Ponsardin, Heidsieck en Juglar. De flessen komen uit de periode 1831-1841. De vindplek doet vermoeden dat ze op weg waren naar het Russische Rijk. Maar het suikergehalte van de champagne kan er op wijzen dat ze bestemd waren voor de Duitse markt.

Het suikergehalte in de Oostzee-flessen is 150 gram per liter, veel hoger dan in moderne champagnes. Zulke zoete champagnes waren in de 19de eeuw populair in Frankrijk en Duitsland. Amerikanen en Engelsen dronken liever champagne met minder suiker, Russen hielden juist van mierzoet.

De ‘Baltische’ champagne is waarschijnlijk gezoet met druivensiroop. De Fransen vonden hoge concentraties druivensuikers die niet in moderne champagnes voorkomen. Het alcoholpercentage van de drie flessen lag tussen de 9,3 en 9,8 procent. Het meeste koolzuurgas, de bubbels in de champagne, was door de poreuze kurk de zee in gelekt. De champagne gaf volgens de proevers nog wel een licht tintelend mondgevoel.