Berlijn noemt genocide bij de naam, zet zich schrap voor Turkse reactie

Duitsland zal deze week, honderd jaar na het begin van de genocide door de Turken op de Armeniërs, dit eindelijk ook uitspreken. Maar wel heel voorzichtig. Vandaag bespraken de regeringsfracties van CDU en SPD een resolutie waarin „de verdrijving en vernietiging van meer dan een miljoen Armeniërs” een voorbeeld wordt genoemd van ‘volkerenmoord’. Het is de bedoeling dat de Bondsdag komende vrijdag akkoord gaat met de resolutie.

Donderdag zal bondspresident Joachim Gauck tijdens een oecumenische dienst over de Armeense genocide in de Dom van Berlijn naar verluidt ook al het woord ‘volkerenmoord’ in de mond nemen.

Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung hebben de regering en de coalitiefracties onder druk van het voornemen van Gauck de tekst van de resolutie waarover de Bondsdag vrijdag stemt vooraf met elkaar afgestemd. Gisteren liet de woordvoerder van bondskanselier Merkel weten dat zij achter de concepttekst van de resolutie staat.

De Duitse omzichtigheid wordt ingegeven door de te verwachten heftige reactie vanuit Ankara. Turkije ontkent dat sprake is geweest van een genocide, een gevoelige want juridisch beladen term uit het volkerenrecht. De regering van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan staat op het standpunt dat destijds sprake was van een betreurenswaardige burgeroorlog waarbij aan beide zijden slachtoffers zijn gevallen.

Merkel wil de al gespannen verhouding met Turkije eigenlijk niet verder belasten. Minister Frank Walter Steinmeier (Buitenlandse Zaken, SPD) zei tegen de Süddeutsche Zeitung dat hij er begrip voor heeft „als men dat wat destijds is gebeurd wil samenvatten onder het begrip volkerenmoord”. Maar vooral zijn ministerie heeft zich naar verluidt tot dusverre tegen het gebruik van de term ‘volkerenmoord’ verzet.

In de Bondsdag is kritiek geuit op de resolutie. Sommige leden van de CDU vinden dat de tekst niet ver genoeg gaat. Groenen-voorzitter Cem Özdemir schreef aan de regeringsfracties: „Verstop uw houding niet in een bijzin.”