Zit jij ook zo lekker op de tocht?

Foto iStock

Weinig zin om vandaag heel de dag binnen te werken? Misschien heeft dat niet alleen met dat verleidelijke zonnetje te maken. Uit recent onderzoek van het Center for People and Buildings (CfPB), opgevraagd door NRC Q, blijkt dat het klimaat op kantoor de grootste bron van ontevredenheid is onder Nederlandse werknemers.

En dat terwijl we het wel dus wel heel belangrijk vinden.

Maar wat is het eigenlijk precies, dat binnenklimaat? Eén van de 20.000 anonieme respondenten snapt het ook niet:

“Is er een klimaat? Ik begrijp er niks van in dit gebouw.”

In het onderzoek wordt met ‘binnenklimaat’ de luchtkwaliteit, de ventilatie en de temperatuur op kantoor bedoeld.

Frisse lucht, maar niet te koud

Wat kan er eigenlijk misgaan met een airco, zonneschermen en verwarmingen? Een heleboel, blijkt wel. Werknemers klagen over grote wisselingen in temperatuur. Dan is het te koud, dan weer te warm. Of ze zitten op de tocht. Of hebben last van droge lucht, gebrek aan frisse lucht tot ronduit stank.

Maar de ontevredenheid ontstaat ook als werknemers zelf geen ramen kunnen openzetten of de verwarming en ventilatie niet kunnen bedienen.

De gelukkigen die in een lekker temperatuurtje werken, zijn met name tevreden omdat ze daar wél zelf wat aan kunnen doen. Bovendien wordt geluisterd en snel gereageerd als er klachten zijn. Tussen de kantoren die als ‘beste’ en ‘slechtste’ uit dit onderzoek kwamen, zijn de verschillen in beoordeling enorm.

Toevallig zijn zowel het beste als het slechtste kantoor van dezelfde organisatie. Beide gebouwen zijn vrij nieuw: na 2009 gebouwd.

Verschil van mening

Is het echt waar dat vrouwen het vaker koud hebben dan mannen? In ieder geval zijn de vrouwen gemiddeld een stuk minder blij met het klimaat op kantoor dan de mannen.

En natuurlijk maakt het ook veel uit op welke plek in een kantoorgebouw je zit. Iedere dag achter het raam op de zonkant of naast klapdeuren naar de gang is al snel niet zo prettig. Uit de reacties bleek dat ook het vergelijkingsmateriaal van de ondervraagden een rol speelt. Zoals een werknemer verzuchtte:

“Alles is beter dan het oude gebouw.”