Vergeefs zoeken naar overlevenden

Catania vangt geredde slachtoffers op. „Dit is geen onverwachte ramp”, zegt de burgemeester.

Overlevenden aan dek van de Bruno Gregoretti, van de Italiaanse kustwacht, vanmorgen in de haven van Valletta op Malta. Foto Darrin Zammit Lupi/Reuters

En weer maakte de haven van Catania in Zuid-Sicilië zich vanmorgen op voor de ontvangst van overlevenden van een bootramp. Waarschijnlijk de grootste ooit op de Middellandse Zee. De Bruno Gregoretti van de Italiaanse kustwacht werd later vandaag verwacht, met 27 uit zee geredde migranten. Eén zieke migrant was gisternacht al per helikopter naar Catania gebracht. Dit zijn voor zover bekend de enigen die het hebben overleefd toen een volgepakte vissersboot zaterdagnacht voor de kust van Libië omsloeg. Aan boord waren mogelijk 600 tot 900 mensen.

De internationale pers en de Italiaanse politie waren al in groten getale aanwezig op de kade, waar tv-journalisten tussen de opgestapelde netten van lokale vissers hun stand-uppers deden. Ambulances stonden klaar om de meest verzwakte migranten naar het ziekenhuis te brengen.

De burgemeester van Catania had hier in de haven gisteravond een hernieuwde oproep aan Europa om solidariteit gedaan. „Europa moet eens gaan handelen en niet zijn rug toekeren. Dit is geen onverwachte ramp. Dit duurt al jaren en zal nog jaren doorgaan”, zei Enzo Bianco, oud-minister van Binnenlandse Zaken.

Bianco hield gisteravond nog rekening met 600 tot 700 doden. „We gaan op schattingen af van overlevenden over het aantal mensen dat aan boord was. De temperatuur van het water is 18 graden, dus er zouden nog mensen levend in het water kunnen drijven. Tot die kans er is, blijven Italiaanse schepen zoeken”, zei hij. De reddings- en bergingsoperatie wordt uitgevoerd door de Italiaanse kustwacht, Maltese marine en transportschepen in de buurt van de rampplek. Maar er zijn geen berichten dat nog meer mensen zijn gered, en vannacht suggereerde een overlevende dat er wel 900 mensen aan boord waren.

Met deze laatste ramp kende een week waarin al honderden vluchtelingen op de Middellandse Zee waren verdronken een inktzwart einde. De vraag is nu wat de reactie wordt van de Europese politiek. Na een bootramp in het najaar van 2013, waarbij 366 slachtoffers vielen, begon Italië met operatie Mare Nostrum, deels gefinancierd door de Europese Unie. Want zo’n ramp mocht nooit meer gebeuren. Tot kort voor de Noord-Afrikaanse kust werd gepatrouilleerd om bootvluchtelingen tijdig op te sporen. Het aantal slachtoffers daalde en er werden 140.000 migranten veilig aan land gebracht.

Italië beëindigde de operatie afgelopen najaar, omdat het te weinig solidariteit uit de rest van Europa zei te ontvangen bij het opvangen van al deze vluchtelingen. Zo weigerden andere EU-landen de ‘Dublin-verordening’ te wijzigen, die bepaalt dat asielzoekers asiel moeten aanvragen in het land van aankomst. Vaak is dat Italië. Uit noordelijke landen kwam bovendien de klacht dat Mare Nostrum een aanzuigende werking zou hebben. Het aantal patrouilles werd teruggeschroefd en het Europese agentschap voor grensbewaking Frontex zou een grotere rol krijgen bij de coördinatie van de reddingsoperaties.

Burgemeester Bianco lachte schamper toen hij het woord ‘Frontex’ hoorde. „Dat stelt helemaal niets voor. Die hebben hun hoofdkantoor in Polen nota bene. Ze zouden hier moeten zijn. Ik heb ze Catania als hoofdkantoor aangeboden, maar dat mocht niet, want Italië had geen recht op meer EU-agentschappen.” Frontex patrouilleert wel met schepen en vliegtuigen, waaronder momenteel ook een van de Nederlandse kustwacht. Maar het zijn er aanzienlijk minder dan tijdens Mare Nostrum.

In de eerste drie maanden van vorig jaar vielen er 50 slachtoffers, tegen 480 doden dit jaar. Tijdens het kalme weer afgelopen week stuurden mensensmokkelaars vanuit Libië massaal boten het water op om hun ‘handelswaar’ naar Europa te varen. Een dodelijke tactiek die de smokkelaars gebruiken is boten in de problemen te brengen, bijvoorbeeld door de motor te laten afslaan op het moment dat koopvaardijschepen voorbijvaren. Die zijn volgens internationaal recht dan verplicht de schipbreukelingen aan boord te nemen.

Zo is het volgens een nog voorlopige reconstructie ook zaterdag gegaan. Een oude vissersboot van twintig meter lang, door mensensmokkelaars onverantwoord vol geladen, was vertrokken uit een Libische haven. Honderden mensen zaten beneden in het vooronder gestuwd, de deuren op slot.

Enkele tientallen kilometers buiten de Libische kust zonden de mensensmokkelaars een noodsignaal uit. Daarop werd het Portugese containerschip King Jacob naar de boot gedirigeerd. De hel brak los toen bootvluchtelingen elkaar verdrongen om gered te worden. Ze gingen allemaal aan één kant van de vissersboot staan, die daardoor omsloeg. De mensen die benedendeks opgesloten waren, zaten als ratten in de val. Opvarenden van later te hulp geschoten schepen vertelden dat overal met olie besmeurde lijken dreven.