Van judas tot spil van het kampioenschap

PSV deed er alles aan om de aanvoerder te houden. Met een „geboren smile” leidde hij zijn ploeg naar de landstitel.

PSV werd gisteren gehuldigd in de binnenstad van Eindhoven nadat zaterdagavond de 22ste landstitel werd veroverd. Foto Merlin Daleman

Hij is speler van PSV, maar had ooit maar één heilig doel voor ogen: voetballen voor Feyenoord. Het summum voor de pleintjesvoetballer uit Rotterdam. Ook voor Georginio Wijnaldum. Thuis tegen FC Groningen op 8 april 2007 was zijn debuut een lichtpunt in een dramawedstrijd die met 4-0 verloren ging. Supporters wisten het zeker: deze zestienjarige Rotterdammer met zwierende dreadlocks was voorbestemd om hun club uit het dal te helpen.

Zeker, Wijnaldum loste zijn belofte in, maar het was niet Feyenoord dat hij omhoog trok. Op zoek naar meer sportief geluk streek hij in 2011 neer bij PSV, waarmee hij zaterdag na meerdere teleurstellende jaren landskampioen werd. „Eindelijk. Ik heb er zoveel jaren voor moeten vechten.”

Medespelers zijn hem al lallend voorgegaan, trots vertellend over hun euforie, maar aanvoerder Wijnaldum is de rust zelve als hij terugblikt met de pers. Je begrijpt dan ook waarom voormalig PSV-directeur Tiny Sanders hem eens een „geboren smile” en een „geschenk voor het voetbal” noemde. Hij lacht bescheiden en is zich bewust van zijn taak als aanvoerder. Winst of verlies, altijd doet hij zijn verhaal.

Een verhaal dat na de 4-1 winst op sc Heerenveen gaat over een begaafde middenvelder die uit nood bij Feyenoord vertrok, omdat de club niet aan zijn ambities kon voldoen. Het deed hem pijn, maar dat maakte de onvrede bij de Rotterdamse fans er niet minder om. Zij waren boos zoals ze dat in 1985 ook waren toen Ruud Gullit naar PSV ging. Weer een judas. Terwijl: Wijnaldum was toch één van hen?

Natuurlijk was hij dat. Sterker: als speler van PSV deed hij zelfs nog een gift aan de jeugdopleiding van Feyenoord, als blijk van dank. Maar dat liet onverlet dat hij had gemerkt dat zijn clubliefde niet meer opwoog tegen het gebrek aan kwaliteit.

Feyenoord wedijverde altijd met Ajax en PSV, maar in het laatste seizoen van Wijnaldum waren die gloriejaren ver weg: Feyenoord werd dat jaar tiende en verloor zelfs met 10-0 bij PSV. „Feyenoord zit in mijn hart. Ik hou echt van die club. Alleen moest ik deze stap zetten, bij Feyenoord was het sportief een ander verhaal”, zei hij bij zijn presentatie in Eindhoven.

Toch had de vader van Ki-Yeann (4) en Aysïa-Mae (0) iets gemist in Rotterdam. Een gevoel dat de club hem hoe dan ook wilde behouden. Niet door hem een riant salaris te bieden – hij wist dat zijn club het financieel zwaar had – maar door bemoedigende gesprekken. „PSV heeft eind vorig seizoen aangegeven dat ze me nog een jaar wilden houden. Marcel Brands (technisch directeur) en Phillip Cocu hebben op me ingepraat. Feyenoord destijds niet. Ze deden niet echt hun best.”

En zo kan het dat een Rotterdamse jongen dit seizoen uitgroeide tot één van de belangrijkste schakels bij PSV. Hij was de aanjager van een ploeg die bulkte van ontluikend talent. Linksback Jetro Willems werd de koning van de assist, Memphis Depay de ongrijpbare ster van de voorhoede, terwijl de veel scorende spits Luuk de Jong gewenste ervaring meebracht, wat ook gold voor de Mexicaanse controleur Andrés Guardado. En Wijnaldum? Die stuurde hen aan.

Trainer Phillip Cocu is lovend over Wijnaldum. „Hij durft anderen te corrigeren, gaat voorop in de strijd”, zei hij in het Algemeen Dagblad. Illustrerend zijn zaterdag de wilde armgebaren van Wijnaldum als buitenspeler Luciano Narsingh de bal niet aflegt. Hij is woest. Afspelen die bal.

Volgens Cocu is het een leerzaam jaar geweest voor Wijnaldum, die vorig jaar door een blessure niet zo belangrijk kon zijn als hij wilde. De trainer vindt het mooi, dat een speler op zijn 24ste nog zo’n ontwikkeling doormaakt. Veel talenten zijn op die leeftijd uitgeleerd in de eredivisie, maar Wijnaldum heeft naast zijn diepgang en doeltreffendheid nog een kwaliteit ontwikkeld: leiderschap.

Cocu houdt er rekening mee dat de speler komende zomer vertrekt. „Als je realistisch bent wel”, zegt hij. In dat geval kan PSV mogelijk een veelvoud verdienen van de slordige vijf miljoen euro die het in 2011 voor hem had betaald. De andere financiële troef is Memphis Depay, met wie Wijnaldum afgelopen zomer besloot dat ze nog één seizoen wilden pieken bij PSV.

Vorig jaar hadden ze samen uitgehuild bij de fans, na de 6-2 thuisnederlaag tegen Vitesse. Nu stonden diezelfde supporters hen applaudisserend op te wachten toen de spelersbus arriveerde bij het Philips Stadion. „We hebben ze beloond.”

Maar het is toch vooral dat Wijnaldum zichzelf heeft beloond na een gedurfde overstap. Nog steeds fluiten Feyenoord-fans hem uit in De Kuip, maar soit, hij kan tenminste zeggen dat hij kampioen is geweest. „Het is mijn carrière. Als ik er tevreden mee ben, is dat genoeg.”

Dan is het tijd om naar de nok van het Philips Stadion te gaan. Tijd voor fiësta, met medespelers en familie. Hij treft er de mensen voor wie hij van eigen geld elf seizoenkaarten heeft gekocht. Zij mogen meedelen in de vreugde. Want dat is Wijnaldum ook: een familiemens.