Stuiterende ruimtesonde mat magneetveld

Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko op weg naar de zon. Ruimtesonde Rosetta cirkelt er om heen en stuurt veel foto’s. Foto ESA

De komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko heeft geen eigen magnetisch veld. Dat blijkt uit metingen van de Europese ruimtesonde Rosetta en haar landingsmodule Philae, waarvan de resultaten afgelopen vrijdag in Science zijn gepubliceerd. Daardoor raakt een bestaande theorie over de invloed van magnetisme bij het ontstaan van hemellichamen verder aan het wankelen. Het onderzoeksresultaat is een geluk bij een ongeluk. De metingen zijn vooral gedaan tijdens de onbedoeld stuiterende landing van Philae op de komeet. Voordat hij op 12 november 2014 in een donkere greppel belandde, kwam Philae drie keer kortstondig in aanraking met het komeetoppervlak, voordat hij uiteindelijk definitief neerkwam. Philae’s magneetveldmeter kon zo wel op vier plekken de magnetische veldsterkte nabij het komeetoppervlak meten.

De metingen laten zien dat er wel een magnetisch veld rond de komeet is, maar dat de sterkte ervan niet afhankelijk is van de hoogte boven het oppervlak. Dat betekent dat het veld niet door de komeet zelf wordt veroorzaakt. In dat geval zou de veldsterkte nabij het oppervlak namelijk groter moeten zijn dan een stukje daarboven.

Volgens de wetenschappers die de metingen hebben geanalyseerd, komt het gemeten magnetische veld volledig voor rekening van de zonnewind – de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot. Het materiaal van de komeet zelf is tientallen malen minder magnetisch dan de meteorieten die op aarde gevonden zijn.

Daarmee is komeet ‘67P’ net zo ‘onmagnetisch’ als de planetoïde Eros, die in 2001 van dichtbij is onderzocht door de Amerikaanse ruimtesonde NEAR. Daardoor is waarschijnlijk dat magnetische krachten een ondergeschikte rol hebben gespeeld bij de vorming van de hemellichamen van ons zonnestelsel – zelfs bij de kleinste.

Volgens de huidige inzichten zijn die hemellichamen ontstaan door samenklontering van het stof dat na haar vorming rond de jonge zon achterbleef. Omdat dit stof aanzienlijke hoeveelheden ijzer bevatte, is de aanname dat de magnetische velden een belangrijke rol speelden bij het samenklonteren van de stofdeeltjes.

Sommige theoretische modellen geven aan dat magnetische krachten óók van invloed zijn geweest op de vorming van grotere objecten. Maar het begint er steeds meer op te lijken dat dat helemaal het werk was van de zwaartekracht.