Column

Somber ondanks zon en vijfliterpakken wijn

Europa mag zich van de VVD niet met Nederland bemoeien, behalve als we er zelf niet uitkomen. Laf, vindt Floor Rusman. Ze wordt er een beetje somber van.

Ik zit een week in de Franse Alpen: anderhalf uur met het vliegtuig, dan nog twee uur met de auto. Frankrijk ligt zo dicht bij Nederland, een Amerikaan zou lachen om de afstand. Maar de verschillen zijn groot. Supermarkten verkopen hier wijn in vijfliterpakken. Obers spuiten rustig een enorme berg slagroom op je cappuccino, ook al ligt het dorp in kwestie op minder dan honderd kilometer afstand van Italië, waar je voor zoiets kan worden geëxecuteerd. Caissières blijven onverstoorbaar Frans tegen je praten en, wanneer je ze niet verstaat, Frans tegen je schreeuwen.

En dan zijn er nog steeds mensen die denken dat Europa één land kan worden, met een gedeeld cultureel en politiek leven. Hoe moet dat gaan, vraag ik me af, als bijvoorbeeld Franse kassadames geen woord Engels spreken of verstaan? Hoe moet er dan een gemeenschappelijk politiek debat worden gevoerd?

Dit is iets waarover ik nadenk bij de kassa in de hypermarché, maar het is snel weer vergeten. Er moeten dingen gebeuren: worst moet worden ontdaan van haar vel, wijn van zijn kurk (Fransen geloven nog in kurken, schroefdoppen bestaan niet).

Nee, echt chagrijnig word ik pas wanneer ik na een paar dagen mijn laptop openklap. Ik blijk een crisis te hebben gemist bestaande uit drie woorden: bed, bad en brood. De helft van de verslaggeving gaat zoals gebruikelijk niet over de voorstelling, maar over wat zich afspeelt in de coulissen: de strategieën van de coalitiepartners, wat zij te winnen of verliezen hebben bij nieuwe verkiezingen enzovoort.

De VVD is niet blij met de uitspraak van de Raad van Europa, lees ik. Als die raad fatsoenlijke opvang voor illegalen had geëist, hadden de liberalen tegen hun achterban kunnen zeggen: sorry, maar het moest van Europa. Nu moeten ze zelf een rechtvaardiging bedenken. De partij, die normaal gesproken roept dat Franse kassadames niets te zeggen hebben over onze nationale politiek, laat zich hiermee van haar opportunistische kant zien. Europa mag zich niet met ons bemoeien, behalve als we er zelf niet uitkomen (of als de uitkomst moeilijk te verkopen is). Dan wachten we tot het Orakel van Brussel vertelt wat we moeten doen.

Dezelfde opstelling zagen we de afgelopen jaren tegenover de bezuinigingen. Die werden door politici vooral verdedigd met het argument ‘het moet, anders komen we niet onder de Brusselse 3 procent’.

Het is een laffe en ongeïnspireerde houding: je kunt niet klagen dat de EU te machtig wordt en je in moeilijke dossiers verschuilen achter diezelfde EU.

Of nou ja, het kan dus wel. Want het gebeurt de hele tijd. En daar word ik, ondanks de zon op de bergen en de – verrassend lekkere! – wijn uit een pak toch een beetje somber van.