Snurkende buurman

De werkelijkheid kan absurdistischer zijn dan fictie. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

Foto Ilona Verhoeven

Een stel hoektandjes, ontsnapt uit de mond van een Dracula – aan het eind van een rookpauze zagen ze samen met het peukje hun kans schoon. De stem van de mond waarin ze zaten, is meegesprongen. Die zweeft nu rondom de tandjes.

Als mensen flink de pas erin houden, voorziet de stem ze ongemerkt van commentaar. Lopen! bast hij, met een schor Oost-Europees accent. Lopen, dóórlopen!

De meesten stappen inderdaad flink door, niemand kijkt op of om. Voetgangers heten dan wel voetgangers, maar over het algemeen zijn hun voeten bijzaak, laat staan dat ze oog hebben voor andere dingen op de grond.

Waar ga je naartoe, meisje, klinkt het uitdagend als een vrouw met een felgekleurde rugzak langzaam voorbijwandelt. Meisje? Ze lacht.

Tandjes of geen tandjes, vermoeidheid stuurt haar de andere kant op. Let maar niet op mij, verontschuldigt het rugzakmeisje zich zacht, ik sta vandaag wat wankel op de benen, ik ben om half vier wakker geworden, ik zei tegen mezelf: het is half vier, veel te vroeg, ik draaide me om en wilde weer gaan slapen, tot half zeven of zo, maar het ging niet.

De buurman snurkte.

Hij had een periode dat hij hele nachten door het huis stommelde. De laatste tijd is hij wat rustiger, misschien piekert hij nu minder, heeft hij enge films in de ban gedaan, of schept hij liever een luchtje onder de donkere hemel.