Seks met een kind, dat blijft het

In een grote zedenzaak werd het meisje niet gedwongen tot seks, zegt het OM nu. Maakt dat uit voor het vonnis?

Het was een opvallende aanpassing van het Openbaar Ministerie (OM) vorige week in de Valkenburgse mensenhandelzaak. Armin A., die vandaag voor de rechter komt, wordt niet langer beschuldigd van klassieke loverboy-praktijken, maar van „seksuele uitbuiting van een minderjarige”.

Het OM laat daarmee de beschuldiging los dat A. dwang heeft gebruikt, waarschijnlijk door gebrek aan bewijs. Toch was dwang wel het beeld dat justitie schetste, toen de politie A. vorig jaar aantrof in de badkamer van een Valkenburgs hotel, terwijl een meisje van 16 zich in de kamer aan het prostitueren was. Er werden gebruikte condooms gevonden, in de telefoon van A. een (lange) klantenlijst.

In het klassieke loverboy-scenario lokt een jongen een meisje thuis weg en zet haar in om geld te verdienen als prostituee. Het OM vatte de zaak zwaar op, ook omdat het meisje minderjarig was. Het dreigde klanten van het meisje in feite met openbaarmaking, door te zeggen dat ze zo nodig thuis zouden worden opgepakt. Kwamen hun echtgenoten dan te weten waarvan ze verdacht werden – jammer dan. Na de publiciteit hierover pleegden twee verdachten zelfmoord. Dat kwam het OM op veel kritiek te staan.

Betekent de aanpassing van de tenlastelegging nu dat het eigenlijk een minder ernstige zaak is dan eerst gedacht? De advocaat van A., Arthur Vonken, suggereert dat wel. Hij zal vandaag vrijlating vragen van zijn cliënt, die al maanden in voorarrest zit, zo kondigde hij aan. Faciliteren van seks met een minderjarige, wat het OM A. nu nog verwijt, is weliswaar strafbaar, maar hij heeft volgens Vonken lang genoeg gezeten.

Het OM noemt de zaak onverminderd ernstig. Er zijn niet zozeer beschuldigingen vervallen, zei een woordvoerder, maar „de tenlastelegging is toegespitst”. Dat heeft geen invloed op de strafmaat, zegt de woordvoerder. Ook op seksuele uitbuiting van een minderjarige staat tot 15 jaar cel. „Cruciaal is het verwijt dat het meisje minderjarig was en er zoveel gebruik gemaakt is van haar diensten.”

Volgens advocate Ivonne Leenhouwers, die veel zedenzaken doet, heeft het OM een punt. Zelfs als er geen sprake is geweest van evidente dwang en zelfs als het erop leek dat het meisje zelf in de prostitutie wilde werken: dat ze minderjarig is, maakt iedere faciliterende activiteit strafbaar.

Dit is inherent aan de minderjarigheid van het meisje, bepaalde de Hoge Raad in mei vorig jaar. Dat oordeel is gebaseerd op de overtuiging van de wetgever: dat misbruik inherent is aan de exploitatie van prostitutie van minderjarigen, vanwege „uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht”. Leenhouwers: „Er zijn wel lagere rechters die lager straffen als dwang en geweld ontbreken, maar het is maar de vraag of dit terecht is in het geval van een minderjarige.”

In mensenhandelzaken is veel onduidelijkheid over de strafmaat, zegt de advocate. De rechters hebben niet, zoals in andere zaken, richtlijnen waaraan ze houvast hebben. Rechters maken hun eigen afwegingen. En in die afweging kan nu eenmaal een rol spelen dat, naar het zich nu laat aanzien, het meisje zelf als prostituee wilde werken.