Scheidend chef Joost toont kracht van Ned. Kamerkoor

Een reorganisatiemanager tegen wil en dank: dat was het lot van dirigent Risto Joost, de Est die in 2011 chef werd van het Nederlands Kamerkoor (NKK) en nu al weer vertrekt. Getroffen door zware bezuinigingen moest het NKK onder zijn toezien alle vaste zangers ontslaan en als freelancer opnieuw inhuren. Bijna de helft is vervangen. Een voortslepende zoektocht naar een nieuwe thuisstad eindigt pas volgende maand in korenstad Utrecht.

Zo bezien zijn de hechte (maar wel wat scherpe) groepsklank en het gedetailleerd ritmisch reliëf die Joost tijdens zijn afscheidstournee realiseerde, een klein wonder. Het fraaie programma met moderne Scandinaviërs trok zaterdag geen vol Muziekgebouw aan ’t IJ, maar liet wel horen hoe artistiek relevant het kamerkoor nog altijd is. Hear my prayer, o Lord van Sven-David Sandström begint precies als Purcell, waarna een nucleaire mist langzaam de textuur binnensluipt. Ook huiveringwekkend: de vertroebeling van het heldere slotakkoord van Bo Holtens The Marriage of Heaven and Hell.

Het NKK mag onder de toekomstige chef Peter Dijkstra streven naar nog strakkere bijdragen van zowel secties als solisten. Dat het aan inzet niet ontbreekt, bleek uit Veljo Tormis’ bezwerende Vloek over het ijzer. Tenor Guy Cutting nam jammerend het voortouw in dit anti-oorlogswerk, het koor volgde in galop, aangevuurd door een wild op de sjamanistische trom meppende Risto Joost.