Oranje genoeg, maar niet voorin

In Limburgse klassieker spelen Nederlanders al jaren geen hoofdrol. Gisteren was het niet anders.

In het peloton van 198 renners reden maar liefst 28 Nederlandse coureurs mee in de Amstel Gold Race. De eerste Nederlander, Maurits Lammertink, was in de eindklassering pas op de 21ste plaats te vinden. „Magertjes”, vond koersdirecteur Leo van Vliet. Foto Peter Dejong/ap

Johnny Hoogerland als beste Nederlander in de Amstel Gold Race, zoals de eerste uitslag na afloop meldt? Bij de bus van Roompot Oranje Peloton weten ze wel beter. De eerste renner van hun ploeg is Maurits Lammertink en niet de Zeeuwse kopman. „Rond de twintigste plaats”, schat ploegleider Erik Breukink in. „Als hij de beste Nederlander is”, houdt collega Michael Boogerd een slag om de arm, „zou dat toch wel leuk zijn”.

Niemand die een paar minuten na de finish weet wie de beste Nederlander is. Het publiek is nog vol van de Poolse wereldkampioen Michal Kwiatkowski, die de sprint wint van een groep van de achttien sterkste renners. Zijn fraaie sprint wordt op televisie keer op keer herhaald.

Wie ziet dat Lammertink (24) achttien seconden later derde wordt in een tweede groep van zeventien? Een 21ste plaats, mooie prestatie voor hem. „Die jongen is net vader geworden”, weet Boogerd. Maar mooi voor het Nederlands wielrennen? „Er zijn er een paar die zich achter de oren mogen krabben”, stelt koersdirecteur Leo van Vliet vast.

Liefst 28 Nederlanders startten gisteren in een peloton van 198 renners op de zonovergoten Markt van Maastricht voor de vijftigste editie van de Amstel Gold Race. Nederland staat op de derde plaats in het landenklassement van de WorldTour, de belangrijkste koersen, achter Australië en Spanje. Vijf Nederlanders droegen in Limburg het op ‘1’ eindigende nummer als kopman van hun ploeg: Bauke Mollema (Trek), Tom Dumoulin (Giant-Alpecin), Tom-Jelte Slagter (Cannondale-Garmin), Wilco Kelderman (Lotto-Jumbo) en Hoogerland. Maar toen de toppers na ruim 250 kilometer vol aangingen in de slotbeklimming van de Cauberg konden ze geen van allen mee. „Magertjes”, constateert Van Vliet. „Er hadden toch twee of drie mee moeten zitten in de eerste groep.”

Historie genoeg. Zeventien keer won een Nederlander, met Jan Raas als topscorer: vijf zeges. Limburg was te klein, toen Michael Boogerd in 1999 en Erik Dekker in 2001 Lance Armstrong versloegen op de Maasboulevard in Maastricht. De Raboploeg, sinds 1996 blikvanger van het Nederlandse wielrennen, had van 1998 tot en met 2006 negen keer op rij een renner op het erepodium. Het voorjaar werd grotendeels afgestemd op de thuiswedstrijd. Maar na een laatste oprisping in 2009 – met Karsten Kroon (toen Saxo Bank) als tweede en Robert Gesink (Rabo) als derde – kwam geen Nederlandse renner meer in de buurt van het podium. Ook niet in de jubileumeditie.

Schaatsploeg

De oranje bus van Roompot en de gele van Lotto-Jumbo staan naast elkaar vooraan in de Boschstraat bij de start. Hoewel bij geel de schaatsploeg met Sven Kramer komt kijken, is er meer reuring bij oranje van oud-renners Breukink en Boogerd. „We moeten meezitten in een vroege ontsnapping zoals Dylan Groenwegen in de Ronde van Vlaanderen”, zegt Breukink. In semi-klassiekers als de Scheldeprijs en Brabantse Pijl lieten zijn renners zich tot in de finale zien. De grote klassiekers zijn nog te lang voor de nieuwe, uitsluitend Nederlandse ploeg, die naast enkele routiniers vooral jonge renners wil opleiden.

Bij de buren, de enige Nederlandse ploeg in de WorldTour, reiken de ambities verder. „Wij willen de finale kleuren”, zegt directeur Richard Plugge. Maar domineren zoals vroeger zal er niet bij zijn, voor de ploeg die dit jaar nog geen enkele wedstrijd won. Kopman Robert Gesink keert wegens privé-omstandigheden pas woensdag terug in de semiklassieker Waalse Pijl. De net 24-jarige Kelderman is ondanks ziekte in de aanloop direct kopman in zijn eerste Gold Race. „Hij moet die stap gaan maken.”

Zoals ook leeftijdgenoot Dumoulin, wiens ploeg Giant-Alpecin een Duitse licentie heeft, de Gold Race wil aangrijpen voor een doorbraak. Druk als nieuw Nederlands boegbeeld voelt hij vooraf niet. „Wij zijn niet meer Nederlands, Roompot is nog niet op het niveau om voor de winst te strijden in dit soort koersen, Lotto doet het niet zo goed. We hebben niet echt een ploeg als Rabo waar de hele natie naar kijkt. We hebben ook minder de renners. Mollema heeft al goede dingen laten zien, maar zit nog niet op het niveau van Boogerd.”

Werelddag

Twee Nederlanders in de vroege kopgroep, Timo Roosen van Lotto en Mike Terpstra van Roompot. „Werelddag voor Mike”, zegt Boogerd na afloop over de broer van Niki Terpstra. Kelderman reageert attent als Tourwinnaar Vincenzo Nibali demarreert op de Eyserbosweg. Gaat de nummer zeven van de Giro 2014 de finale kleuren, zoals Boogerd vroeger? Tot hij een bocht mist en het weiland in rijdt. Na een dappere achtervolging ziet Kelderman op de Keutenberg de groep Nibali voor zich, maar aansluiten lukt net niet. „Hij heeft het tenminste geprobeerd”, looft Boogerd. En hij heeft genoeg over om Paul Martens voorin af te zetten op de Cauberg. De Duitser eindigt als 27ste en eerste van Lotto-Jumbo.

Nederlanders op de Cauberg? „Ik kwam gewoon tekort”, draaide Dumoulin er na zijn 26ste plaats niet omheen. Ook Slagter (39ste) kon niet aanknopen bij zijn knappe zesde plaats in Luik-Bastenaken-Luik in 2014. Mollema, vorig jaar zevende maar vorige week hard gevallen in het Baskenland, werd nu 55ste. En routinier Pieter Weening (67ste) gaf zijn krachten voor de Australische kopman Michael Matthews die achter Kwiatkowski en de Spanjaard Alejandro Valverde op de derde plaats eindigde.

„We moesten wel lachen toen we tv keken in de auto”, vertelde Boogerd na afloop van de Limburgse klassieker. „Ze noemden vier Nederlanders in de voorste groep, maar de twee van ons niet. Ze kennen ons ploegie zeker nog niet.” Toch bleef Lammertink, vorige week al achtste in de Brabantse Pijl, alle Nederlandse kopmannen voor en eindigde Michiel Kreder (61ste) in dezelfde tijd als Mollema. „Onze doelstellingen zijn gehaald”, concludeerde Breukink. Dat zeiden weinig Nederlanders hem na.