Niks mis met spirituele leegte

Kritiek op het gebrek aan westers idealisme is hypocriet. Het komt voort uit schuldbesef, meent

Sebastien Valkenberg.

Drijft een gebrek aan idealisme moslimjongeren naar het kalifaat om mee te vechten met IS? We hadden al de gewone voedingsbodemtheorie. Die zegt dat het ontbreken van stageplekken de boosdoener is. Een speciale variant van deze theorie zoekt het euvel in de spirituele leegte alhier.

Wat zich voordoet als een analyse van terrorisme is in werkelijkheid vaak een lesje in boetedoening. Zo ook als antropoloog en polemoloog Hans Feddema aan het duiden slaat. Onlangs zag hij in dagblad Trouw een parallel met de jaren vijftig. Toen miste de jeugd volgens hem ook idealen. „Als dit het geval is, dan is dat voor ons een spiegel, zo niet een aanklacht, dus dat de ‘mainstream’ van de samenleving te weinig bezieling heeft en dat die de mensen niet blij maakt.”

Het is nog net niet zo dat we de jihadstrijders dankbaar moeten zijn, maar het komt daar akelig dicht in de buurt. Wat kunnen we veel van ze leren.

Waar hebben we dit ook alweer eerder gehoord? Al eeuwen luidt de klacht dat de westerse samenleving er maar verschraald bij ligt. En haast net zo lang geldt oorlog als een probate remedie. Wat dat betreft klinkt Feddema als de Duitse filosoof Ernst Jünger. Honderd jaar geleden vond hij dat soldaten die deelnamen aan de Eerste Wereldoorlog pas echt zouden leven. Schaamteloos romantisch wordt het als zij van hem de eretitel krijgen van „prinsen van de loopgraven”.

Zo lyrisch als Jünger wordt Feddema niet; hij pleit juist voor „liefdevolle dialogen” met de jongeren. Maar hun beider maatschappelijke analyse lijkt op elkaar. Het zou hier ontbreken aan verheven waarden – welke wordt overigens niet echt duidelijk.

Het valt nog mee dat die vermaledijde consumptiemaatschappij er niet bij wordt gehaald. Doorgaans is dat een dankbare kop van jut. Zoveel mogelijk leuke hebbedingetjes verwerven, dat zou de enige ambitie zijn die nog resteert.

Om meerdere redenen is het een curieus verwijt. Allereerst dreigt intellectuele schizofrenie. Aanvankelijk luidt de klacht dat hier geen wervende idealen zijn die kunnen concurreren met die van jihadisten, maar wat blijkt? Als iemand vervolgens een lans breekt voor westerse verworvenheden, is dat ook weer niet de bedoeling.

Onlangs pleitte rechtsfilosoof Paul Cliteur op ThePostOnline voor de weerbare democratie. „Een ideaal kan je alleen maar behouden als je het voortdurend blijft verdedigen, als je daarin geestelijke energie blijft investeren. Dat gebeurt weinig tot niet met de waarden waarop Europese democratieën zijn gebaseerd.”

Hoe idealistisch wil je het hebben? Waarschijnlijker is echter dat je met een pleidooi als dit het vignet ‘Verlichtingsfundamentalist’ krijgt opgeplakt – en dat is niet lovend bedoeld.

Tekenend was ook een recente cover van De Groene Amsterdammer. De terroristische aanslag op de Charlie Hebdo-redactie lag nog vers in het geheugen. Alle aanleiding voor verdediging van een typische westerse verworvenheid als vrije meningsuiting.

In plaats daarvan ging het lauwtjes over ‘onze lege vrijheid’. Ineens was de strijdbaarheid ver te zoeken.

Behalve hypocriet is de kritiek op het gebrek aan idealisme misplaatst. Nu is het Feddema die meent dat de samenleving mensen niet blij maakt, maar een tijdje terug waren we volgens publicist Ian Buruma ontgoocheld, in verwarring, angstig en woedend en straks is er sprake van weer andere maatschappelijke kwalen.

De teneur is telkens dezelfde. Er is hier iets grondig mis. Je begint je haast af te vragen waarom al die gammele bootjes de Middellandse Zee oversteken. Laten ze zich leiden door een hersenschim? Moet de exodus niet de andere kant op gaan?

Ja natuurlijk zijn hier niet-blije mensen. Ik zou zeggen: goddank. Pas echt verontrustend is de samenleving die meent de complete bevolking blij te kunnen maken. In de twintigste eeuw hebben verschillende regimes het paradijs op aarde willen vestigen. Waartoe dat leidde, hebben we gezien. Tot een – hoe zal ik het zeggen – „samenleving die de mensen niet blij maakt.”

Ondanks alle kanttekeningen en onvolmaaktheden moet je voor geluk wel degelijk in het Westen zijn. Levensverwachting, de aanwezigheid van corruptie, de vrijheid om je leven zelf vorm te geven. Aan de hand van alle mogelijke indicatoren worden ranglijsten samengesteld. Dit empirische materiaal zou in het nadeel kunnen spreken van het onbezielde Westen.

Dat doet het echter niet. Neem het World Happiness Report, waarin de data van 156 landen zijn verwerkt. In de meest recente editie staat Nederland op een keurige vierde plek. Alleen Noorwegen, Denemarken en Zwitserland doen het beter. Geen slechte score voor een land dat jeugdige zinzoekers zou dwingen hun heil elders te zoeken.

Dus Nederland scoort zo goed dat kritiek dient plaats te maken voor een juichstemming? Zeker niet. Het gaat erom dat een handjevol jihadgangers geen aanleiding moet zijn tot cultureel masochisme.

Uit hun vertrek afleiden dat er van alles mis moet zijn aan de samenleving, dat getuigt van een overspannen schuldbesef, van weinig zelfvertrouwen of van allebei.