Nihilistische grappen over yoghurt

Werk van Erkka Nissinen te midden van oude kunst in De Hallen Foto G.J. van Rooij

Eigenlijk is het opmerkelijk dat de tentoonstelling God or terror or retro dog van Erkka Nissinen in De Hallen nog zo weinig aandacht heeft gekregen. Wat Nissinen daar doet is namelijk in potentie controversieel: hij neemt zo’n vijftig werken uit de collectie van het Frans Hals Museum en reduceert die tot decorstukken in zijn eigen installatie. Daarmee doet Nissinens ingreep wel wat denken aan de rampzalige ingreep die filosoof Alain de Botton vorig jaar pleegde in het Rijksmuseum door de collectie via ‘geeltjes’ van eigen, zwaar kokette interpretaties te voorzien.

Zo ver gaat Nissinen gelukkig niet, maar ook hij trekt zich weinig aan van de bedoelingen van de originele kunstenaars. Als je binnenkomt is de Hallen-zolder verduisterd en horen we Nissinen, die nogal krakkemikkig gitaar speelt en zingt. Terwijl hij op die manier een geestig, warrig verhaal vertelt, lichten spotlights wisselende kunstwerken aan alsof het de personages zijn in zijn vertelling. Daarbij mag de Italiaanse bloemenkoopman van C. Pruijs van der Hoeven zich stevig roeren en is mevrouw Polly Chapon, in 1954 geschilderd door Wim Steyn, getooid met een knarserig hoog stemmetje. Dat Nissinen direct onder haar wat stijvige hoofd een naakt lijf van Ilja Warmerdam heeft gehangen maakt het geheel alleen maar absurder.

Zo leidt Nissinen je door de collectie, van Armando en Mari Andriessen tot Hermanus Antonius Jan Daalhof, maar de spotlights schieten zo snel heen en weer dat je de werken nooit rustig kunt bekijken. Het maakt Nissinens installatie provocerend en ontregelend, bijna dubieus respectloos zelfs. Maar het geheel is ook zo speels en origineel en geestig dat je hem meteen vergeeft – en daar zit uiteindelijk dus juist het probleem.

In de zaal daarvoor heeft Nissinen namelijk al duidelijk gemaakt dat je hem niet al te serieus moet nemen. De vier videowerken die hij daar toont, zijn een soort moderne varianten op het absurdisme – Nissinen past uitstekend in de traditie die loopt van Bertold Brecht tot Monty Python en Wim T. Schippers tot Nathaniel Mellors. Je zou Nissinen ook een nihilist kunnen noemen: hij benadrukt in de video’s dat je nooit iets serieus moet nemen, nergens in moet geloven – overal zijn grappen over te maken, of het nu geweld betreft, dood, seks of yoghurt. Nissinen benadrukt die relativering door de gefilmde werkelijkheid regelmatig te doorspekken met virtuele animaties en door de theatrale, decor-achtige delen van zijn werk nadrukkelijk zichtbaar te houden: de video’s zitten vol kunstgras, bordkarton, maskers en noem maar op.

Soms werkt dat vrolijk en bevrijdend: doordat er geen wetten en regels zijn voelt een tochtje door het Nissinen-universum als vakantie van alledag – je hoeft nergens meer over na te denken. Aan de andere kant ontkomt Nissinen daarbij niet aan wat je de ‘nihilistische paradox’ zou kunnen noemen: net zoals de meeste nihilisten neemt Nissinen niks serieus, maar wel zichzelf.

Dat verhult hij weliswaar door die dikke absurdismesaus, maar hoe je het ook wendt of keert: Nissinens video’s zitten vol met vorm, structuur, ideeën en het is ook duidelijk dat Nissinen net te veel kunstenaar wil zijn om die structuur verder los te laten. Dat maakt zijn absurdisme net te veel tot een pose, waarbij je bovendien het gevoel hebt dat Nissinen kaarten in zijn mouw houdt.

Zo vroeg ik me uiteindelijk vooral af waarom Nissinen voor zijn ‘collectiepresentatie’ bijna alleen minder actueel werk had uitgezocht, en opvallend veel schilderijen uit de B en C-categorie. Waarom provoceert Nissinen niet de top? Durft hij daar soms niet mee te spotten? Wil hij nog even mee in de kunstwereld?

Een ware absurdist zou beter moeten weten.