Misbruik en een vernietigde jeugd in de ‘sekte’

Kun je schade claimen voor misbruik, gederfd inkomen en therapie door verblijf in een leefgemeenschap?

De Zaak. Een vrouw eist van een stichting en een bewoner van een leefgemeenschap hoge bedragen omdat zij vanaf jonge leeftijd langdurig seksueel misbruikt is. Zij liet twee zwangerschappen afbreken. Ruim tien jaar na het verlaten van de ‘sekte’ eist ze 100.000 euro wegens psychische schade en 93.268,80 euro als materiële schadevergoeding. Stichting en bewoner ontkennen misbruik, zwangerschappen en enige verantwoordelijkheid voor de schade. Maar zij slagen volgens de rechter niet in het leveren van tegenbewijs.

Hoe onderbouwt de vrouw haar claim? Voor de immateriële schade verwijst zij naar het Amsterdamse gerechtshof dat een patiënt wegens 14 jaar misbruik door haar psychiater 50.000 euro smartengeld toekende. Deze vrouw acht haar geval ernstiger: het misbruik duurde van haar 11de tot haar 22ste en omvatte dus haar hele pubertijd. Verder zou de man de band met haar moeder opzettelijk hebben verzwakt, haar geestelijk zwaar hebben beïnvloed en haar hebben onderworpen.

De materiële schade van zo’n 90.000 euro bestaat uit gederfd inkomen; zij kon door het verblijf in de gemeenschap geen goede opleiding volgen en nooit op haar niveau werken. Zij verliet de ‘sekte’ in 2004: ze eist over 2005 tot 2013 per maand 500 euro en tot 2019 eenzelfde bedrag. Verder eist ze ruim 3.200 euro voor gevolgde en te volgen therapieën.

Hoe verweren de stichting en de man zich? Die laten het bij een ‘blote betwisting’ van de beschuldiging, ontkennen de psychische en materiële schade van de vrouw of vinden die niet goed onderbouwd.

Hoe oordeelt de rechter? Die vindt dat de feiten over het misbruik en de ‘ontegenzeggelijke’ gevolgen ervan voldoende vaststaan. Aan de onderbouwing van een immateriële schadevergoeding hoeven van de rechtbank geen heel hoge eisen te worden gesteld. De eiser legde ook medische rapportages over; de rechtbank kent de gevraagde 50.000 euro toe. De schade die ze leed door de gedwongen ‘onthechting’ van haar moeder en haar jarenlange verblijf in de gemeenschap is echter verjaard.

De geëiste materiële schadevergoeding krijgt de vrouw niet. Ze heeft immers gesteld dat ze „door alle gebeurtenissen” geen opleiding heeft kunnen volgen. Ze heeft echter niet gesteld, en ook niet onderbouwd, dat haar gebrek aan opleiding en werkniveau een direct en specifiek gevolg was van het seksuele misbruik. Dat lagere inkomen kon komen door (alleen) haar verblijf in de leefgemeenschap. Ze heeft dus geen recht op vergoeding van gederfd inkomen.

De therapiekosten komen wel in aanmerking voor vergoeding, zij het deels. De rechtbank verplicht de tegenpartij haar eigen bijdrage van 200 euro gedurende zes jaar te vergoeden. Bij de hoofdsom van 50.000 euro kent de rechtbank bovendien de wettelijke rente (2 procent per jaar) toe vanaf 2004.