Met plan-Cruijff heeft ’t bar weinig te maken

Aan het geduld van Frank de Boer met de beloftes uit de eigen jeugd komt langzaam een eind. Een echte Cruijff-volgeling is de coach nooit geweest.

Foto

Het plan-Cruijff was ruim vier jaar geleden inzet van de machtsstrijd die, ondanks zijn ordinaire karakter, eufemistisch de geschiedenis in gegaan is als de fluwelen revolutie bij Ajax. Het rapport had weinig om het lijf, op papier dan. Zo weinig dat een toenmalig lid van de raad van commissarissen van Ajax, toen hij het plan aangereikt kreeg van financieel directeur Jeroen Slop, gezegd zou hebben: „Leuk, maar kun je me nu ook het rapport geven?”

Met de huidige minicrisis in het technisch hart van Ajax, die zich eerder deze maand openbaarde met het bericht dat hoofd jeugdopleiding Wim Jonk al wekenlang niet meer aanschuift bij overleg, was ook weer even het roemruchte plan-Cruijff actueel. Dat zou te veel ruimte voor interpretatie hebben gelaten. Vandaar de scheiding der geesten die nu ontstaan is tussen de ‘opleiders’ van trainingscomplex de Toekomst en de verantwoordelijken voor het eerste elftal van Ajax te weten directeur voetbalzaken Marc Overmars en hoofdcoach Frank de Boer.

Bij wijze van tussentijdse sturing komt Cruijff zich vanaf deze maand weer wat meer bemoeien met Ajax, zo heeft hij aangekondigd, vooral om verdere escalatie van de tegenstelling te smoren.

Prematuur

Mag de revolutie van Cruijff eigenlijk al mislukt genoemd worden? Dat is prematuur. Wie denkt dat het regime überhaupt al gewogen mag worden, luistert naar looptrainer Ruben Jongkind, brein achter het Cruijff-plan en thans de facto de baas op De Toekomst. Hij zei in 2011 in het boek De Coup van Cruijff nogal terloops dat het „nog zeker een jaar of zes, zeven duurt voordat we een oordeel kunnen vellen”. Nu dus nog drie jaar voor de evaluatie in alle redelijkheid gemaakt kan worden.

Het wrange is in deze realiteit dat hoofdtrainer De Boer nooit de vruchten van de ‘opleiders’ zal plukken, of hij moet echt nog jaren aan de club verbonden blijven. Hij leeft in het nu, wordt week in week uit beschimpt met zijn matige ploeg en maakt steeds meer de indruk zich zorgen te maken over zijn brokkelende status als voornaamste coach van zijn generatie.

Hij was nooit onderdeel van de oud-spelers die zich rond Cruijff schaarden en heeft zich altijd onafhankelijk opgesteld als plichtstrouwe vakman. Intussen werd hij als debuterend hoofdcoach wel opgezadeld met een club in crisis. De Boer deed wat hij kon, won vier titels op rij maar is na zijn treurigste jaar tot dusver, het huidige seizoen, duidelijk klaar met het gekrakeel. Openlijk noemde hij vorige week al wie er op zijn verlanglijstje staan: Marko Vejinovic, Davy Pröpper en/of Numanja Gudelj.

Wim Jonk zal wit weggetrokken zijn bij zoveel belangstelling in middenvelders van buiten de club. Maar ook hij moet toch toegeven dat een blik superspelers uit de jeugd ook volgend seizoen niet klaar staat. De veelgeprezen A1 van Ajax is de eerste lichting die een groot deel van de voetbalopleiding genoot volgens de Cruijff-filosofie. Maar het zijn jongens die nog alles te bewijzen hebben. Met een spits bovendien, oogappel van Jonk met een contract tot 2019, die nog in afwachting is van de gevolgen voor zijn carrière als hij veroordeeld wordt voor mishandeling van een niet geüniformeerde agente.

1.434 dagen titelhouder

Enfin. Ajax speelde gisteren de eerste wedstrijd als landskampioen-af na 1.434 dagen titelhouder te zijn geweest. In de consistent zwakke vorm waarin het appelige Ajax sinds de winterstop steekt, viel de 0-0 tegen NAC gistermiddag in de voor driekwart gevulde Arena nauwelijks meer op. Alleen de van een zware bovenbeenblessure teruggekeerde Viktor Fischer liep, in de woorden van De Boer, „de pollen eruit” in zijn invalbeurt.

Het seizoen is er voor Ajax één om bijzonder snel te vergeten. Er is veel aan te merken op het Ajax van De Boer, maar dat hij alle kans heeft geboden aan talenten uit eigen opleiding is een feit. Wat ook een feit is, is dat de ploeg als geheel nog geen stap dichterbij de Europese top is gekomen. Om over publieksvermaak maar te zwijgen.

Ajax kan, mocht het als nummer twee in de eredivisie de groepsfase van de Champions League niet bereiken via de voorrondes, achterover leunen om te zien wat PSV er dan in de Champions League van bakt. Ook wel eens interessant.