Met ‘Mysteriën’ door Hempel is Andriessen wél tevreden

„Eigenlijk heeft het stuk nog nooit echt geklonken”, vond componist Louis Andriessen na de wereldpremière van zijn stuk Mysteriën voor de 125ste verjaardag van het Koninklijk Concertgebouworkest in 2013. Tijdens de repetities, zo bleek uit een tv-documentaire, waren er irritaties tussen hem en dirigent Mariss Jansons. Een botsing tussen twee werelden in het eerste orkeststuk in 45 jaar van de componist die niets meer had met het verschijnsel ‘symfonieorkest’ en alleen nog muziek maakte voor bevriende musici in kleine ensembles.

Nu speelde het Noord Nederlands Orkest Mysteriën onder Jurjen Hempel, die veel Andriessen heeft gedirigeerd. Bij Jansons klonk het deels contemplatieve stuk destijds mooi, ingetogen en impressionistisch. Bij Hempel was Mysteriën markanter, directer, weerbarstiger, met meer spanning en drive. Kortom: een echte en herkenbare expressionistische Andriessen, zij het niet versterkt en wel verrijkt met strijkers. Andriessen zelf bleek in Rotterdam zeer enthousiast over dirigent en orkest.

Het concert werd gecomplementeerd met Decasia (2002) van componist Michael Gordon en filmer Bill Morrison. Boven het versterkte orkest waren een uur lang uit elkaar vallende beelden te zien van oude nitraatfilms. Een apocalyps, begeleid door complexe minimal-muziek met verschuivende maten, ritmes en stemmingen – een angstaanjagende mix van Glass en Andriessen. Het orkest speelde fenomenaal en overdonderend luid, alsof alle schepen uit de haven De Doelen waren ingevaren met hun hoorns, fluiten en toeters.