Memphis

De missie van Memphis Depay is volbracht: PSV is kampioen. Vermoedelijk gaat de spannendste aanvaller van de Eindhovense club zijn vleugels uitslaan. Voor Memphis staan al drie vermogende buitenlandse clubs in de rij. Ik zal hem missen op de Hollandse velden.

Memphis.

Komt er ooit nog een betere naam op een PSV-shirt?

Het doet denken aan ‘Memphis Soul Stew’, een soulhit van King Curtis. Het nummer is opgebouwd als het koken van een gerecht. De muziek-ingrediënten worden één voor één in de pan gegooid; eerst de bas, dan funky drums, een kietelend orgeltje en de sax van Curtis maakt het nummer krijsend af.

Wie naar een actie kijkt van Memphis Depay hoort en ziet dat muzikale terug. Dat sterke lijf op drift, in versnelling, ritmische bewegingen, op tempo blijven en een dodelijk schot aan het eind. Onder Memphis’ slaapkamerogen steekt het wipneusje licht arrogant omhoog.

In snelheid en acceleratievermogen – excuus voor het woordgebruik, het lijkt wel een autotest – doet Memphis Depay niet onder voor Eden Hazard, de dribbelaar van Chelsea. Memphis en Hazard zijn niet de grootste jongens. Dat is juist een voordeel. Het maakt ze enorm wendbaar. Ze kunnen sprongen maken als paarden op een schaakbord.

Ongrijpbare wezens.

In Engeland won koploper Chelsea afgelopen weekend met 1-0 van Manchester United. Doelpunt van Hazard, natuurlijk. Na de wedstrijd verschenen de statistieken. Wat bleek? United was ongeveer 70 procent van de tijd aan de bal. Chelsea-coach Mourinho lachte erom: „Wat mij betreft heeft United 99 procent balbezit, geen enkel probleem, het gaat om de punten.”

Zo kijkt Mourinho naar voetbal.

Een elftal met Depay aan boord kan de bal met een gerust hart voor 99 procent aan de tegenstander laten. In dat ene procent pak je de bal af, geeft hem aan Memphis. Sprint, schijnbeweging, knal, doelpunt.

Memphis is een gespierde voetballer. Hij showt het graag na afloop van de wedstrijd tijdens het shirtje wisselen. Het is een type dat zijn biceps, triceps en kwadriceps wil zien groeien en glanzen in de spiegels van het krachthonk. Een klein nadeel: de spierenliefhebber wordt een beetje afgeleid door de tattoos op zijn opperhuid.

Nee, ik ben niet tegen huidversiering. Bij Memphis past het prima. ‘Dream Chaser’ staat er in krulletters op zijn mannentieten. De tepels staan stijf vooruit, nog altijd niet bekomen van de schrik van de naderende tattoonaald.

Memphis zei kort na het behaalde kampioenschap: „Komend seizoen wacht de Champions League, daar droomt iedereen bij de club van.”

Het klonk alsof hij nog wel een seizoen bij PSV wilde blijven. Maar ik schat toch in dat de dromenjager volgend jaar in Engeland over het veld dendert.

Het is Memphis volledig gegund.