Klopjacht op buitenlandse ‘luizen’ in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika laait geweld tegen migranten op. Ieder heeft zijn eigen motieven het vuurtje op te stoken, blijkt in Johannesburg. De Zulu-koning ging voorop.

Zulu’s in Jeppestown willen dat de ‘buitenlanders’ vertrekken. Foto Marco Longari/AFP

Eén vraag komt steeds weer terug in de zwartgeblakerde straten van Jeppestown, in het centrum van Johannesburg. „Waarom doen ze dit?” Charles Morgan wil het weten, terwijl hij een complete vrachtwagencontainer voor zijn rolluiken laat lassen. Zijn ramen heeft hij maanden geleden al laten dichtmetselen. Maar de afgelopen nacht slaagde een kleine groep mannen er toch in om zijn rolluiken open te breken. „Ik heb buitenlandse werknemers. Zij zijn allemaal gevlucht. Mijn bedrijf is al drie dagen dicht. Het is gewoon verdrietig.”

In de straat is een handvol winkels afgebrand. De meeste eigenaren waren West-Afrikanen, vooral Nigerianen. Jeppestown was de eerste wijk in Johannesburg die vorige week vlam vatte nadat in de havenstad Durban gevechten waren uitgebroken tussen Zuid-Afrikanen en buitenlandse winkeleigenaren.

Jeppestown, waar veel Zulu’s wonen, is sinds de tijd van de apartheid de haard van opvlammend geweld. Hier staat nog steeds het beruchte ‘hostel’, ooit gebouwd voor mijnwerkers, een nest van criminaliteit, drugs en drank.

Maar lang niet al het geweld in Jeppestown is gericht tegen buitenlanders. Winkeleigenaar Charles Morgan is een Zuid-Afrikaan. En lang niet iedereen gelooft dat het geweld hier drijft op dezelfde sentimenten als in 2008, toen meer dan zestig doden vielen in een golf van geweld die over Zuid-Afrika trok.

Jeppestown grenst aan een van de best geslaagde stadsvernieuwingsprojecten in Zuid-Afrika: Maboneng. Letterlijk vertaald vanuit het Sesotho: ‘plaats van licht’. Particuliere projectontwikkelaars hebben het vanwege zijn criminaliteit beruchte centrum van Johannesburg veranderd in een verzamelplaats voor hipsters: restaurants, galerieën, een hotel, een museum. Maboneng rukt op richting het hostel. Gebouwen worden ontruimd. Zwervers worden verdrongen.

„Dit begon allemaal als een grap”, zegt Eddie Gitau, een Keniaan die al zeven jaar een winkel in Jeppestown uitbaat. „Ze zien de wijk veranderen. Ze zien dat de oorspronkelijke inwoners uit hun huizen worden verdreven en dat leidt tot spanningen. Buitenlanders zijn dan een gemakkelijke zondebok. Het was wachten op een goed excuus om herrie te schoppen.”

Dat excuus kwam dit keer uit KwaZulu-Natal, de thuisprovincie van president Jacob Zuma. In een toespraak vergeleek de traditionele Zulu-koning Goodwill Zwelithini buitenlanders met „luizen”. Hij riep migranten op „hun koffers te pakken en terug te keren naar de landen waar ze vandaan komen”. Kort daarna kwamen de eerste berichten uit de provincie van een heksenjacht op buitenlanders. Duizenden schuilen inmiddels in een vluchtelingenkamp.

De koning ligt onder vuur. Begin april kwam uit dat hij ver over zijn budget van 60 miljoen rand (4,6 miljoen euro) gegaan was dat hij jaarlijks door de provincie KwaZulu-Natal krijgt toegewezen. Hij schafte onder meer zes nieuwe exemplaren aan van de Mercedes Benz E-klasse, voor zijn zes vrouwen. De koning staat nu financieel onder curatele van de provincie. Met zijn toespraak over buitenlanders liet Zwelithini weer even zien hoe ver zijn invloed reikt.

In Jeppestown houdt een kleine groep West-Afrikanen de wacht op de hoek van de straat. Aan de andere kant drommen Zuid-Afrikanen samen op de stoep. Op de bovenste verdieping van een gebouw zijn schoten gehoord. Twee overvallers bloeden dood nadat hun doelwit gewapend bleek. Zuid-Afrikanen tegen Zuid-Afrikanen. Ook dat gebeurt in Jeppestown.

De Nigerianen aan de overkant grinniken. „Laat de Zuid-Afrikanen elkaar maar afmaken.” Maar dan wordt Austin Chikwendu serieus. „Als ze willen dat wij hier weggaan, prima. Maar dan moeten ze ook óns land verlaten. Er zijn heel veel Zuid-Afrikanen in Nigeria.”

Die dreigementen komen ook uit Nigeria zelf. Zuid-Afrika heeft grote belangen in het land, dat vorig jaar Zuid-Afrika inhaalde als de grootste economie op het continent. Supermarkten, mobiele telefonie, banken. In buurland Mozambique haalde de Zuid-Afrikaanse oliemaatschappij Sasol honderden werknemers terug, uit angst voor wraakacties. Aan de grens werden bussen met Zuid-Afrikanen bekogeld. Malawi wil zijn burgers repatriëren. Ook president Robert Mugabe heeft Zimbabweanen opgeroepen teug te keren naar het thuisland. Hij uitte de afgelopen dagen felle kritiek op Zuid-Afrika. Honderdduizenden Zimbabweanen verlieten de afgelopen vijftien jaar hun land wegens het geweld tegen de oppositie en het instorten van de economie.

„De regering moet legale acties ondernemen tegen illegalen”, zegt Muuselelo Mazibulo, een Zuid-Afrikaan in Jeppestown. „Er zijn gewoon te veel illegalen. Ze moeten het land uit worden gezet.”

Dat sentiment schemerde ook door in de toespraken van president Jacob Zuma. Het staatshoofd beloofde extra soldaten naar de grens te sturen om de aanhoudende instroom te stoppen. Zuma zegde zaterdagochtend een staatsbezoek aan Indonesië af en bezocht in plaats daarvan een vluchtelingenkamp in KwaZulu-Natal. Voor het eerst in lange tijd stonden de sociale media vol met complimenten voor de president om zijn getoonde leiderschap.