Katrien Baerts betovert de ziel met Berg

De jonge Belgische sopraan Katrien Baerts Foto Claudia hansen

Charlotte Gainsbourg, Willeke Alberti, Christa Ludwig – in alle genres vind je zingende ouders met zingende kinderen. Ook Christoph Prégardien droeg de fakkel over aan zoon Julien (ook tenor) en het is een feest te horen hoe ze Schuberts vaderzoon-ballade Erlkönig te lijf gaan. Het normaal door één zanger gezongen rollenspel is nu een echte dialoog tussen de koortsig ijlende zoon en de sussende vader – tot de dood erop volgt.

Zo’n dertig liederen werden bewerkt tot duetten, een beetje zoals in gezinnen vroeger bij de afwas een tweede stem werd geïmproviseerd . Niet toevallig is de begeleider en arrangeur hier pianist Michael Gees; een van de schaarse ‘vrije’ klassieke musici die het IJzeren Repertoire buigzaam opvatten. Gees gaat met gecomponeerde muziek zo vrij om als de componisten ooit zelf, toen scheppen en uitvoeren nog één waren.

De arrangementen zijn vaardig, al doet in Schuberts Wanderers Nachtlied de tweestemmigheid af aan de verstilde sfeer. Maar de timbres van vader en zoon Prégardien kleuren fraai en de huiskamersfeer is aanstekelijk, zelfs in de curieuze duetten van Hermann Zilcher (1881-1949), monter begeleid door twee mondharmonica’s.

De speelse ‘authenticiteit’ van de Prégardiens en Gees is van een andere orde dan de nieuwste cd van de geroemde tenor Mark Padmore, die door Kristian Bezuidenhout in liederen van Mozart, Haydn en Beethoven wordt begeleid op een Rosenberger-fortepiano uit 1820. De ongebolsterde, kleinere klank van Bezuidenhouts subtiele spel biedt de lenige, felle Padmore ruimte tot kleuring op microschaal. Neem Beethovens Lied van de vlo (het lied van Brander uit Goethes Faust) – daarin sprongen de vlooienpootjes niet eerder zo prikkelend rond. Ook de lyriek van An die ferne Geliebte krijgt de ruimte. En in Haydns Antwort auf die Frage eines Mädchens ligt, met dank aan de klavierklank, de barok nog om de hoek.

Duizelingwekkend is het meteen daarna onder te dompelen in Busoni’s hoogromantische Berceuse Elégiaque in de schitterende kamermuziekbewerking van Schönberg, bedoeld voor uitvoeringen in de Verein für musikalische Privataufführungen (een collegiale proeftuin: klappen verboden) die hij er met zijn leerlingen op na hield.

De uitvoering door de nog veel te weinig bekende Belgische sopraan Katrien Baerts is verpletterend goed; in juni maakt ze haar debuut maakt bij De Nationale Opera (in Lulu van Berg). Op deze cd, eind 2014 verschenen en zeer ten onrechte een beetje onder de radar doorgevlogen, zingt ze ook Bergs Sieben frühe Lieder, voorbeeldig gecombineerd met Zemlinsky’s evenzeer bedwelmende, laatromantische Sechs Gesange.

De begeleiding door Het Collectief onder Reinbert de Leeuw is intiem en delicaat.