Een robot in je oog, dat duurt nog wel even

Hoogleraar robotica

De software in robotica gaat razendsnel, de hardware is een ander verhaal: „Hoe laat je iets op nano-schaal bewegen?”

Illustratie Boudewjn van Diepen

Robots zijn hip. Aan de ene kant maken mensen zich zorgen dat ze banen inpikken, aan de andere kant wordt gedroomd over robots die allerlei problemen gaan oplossen. Er verschijnen veel boeken over en overheden en bedrijven beginnen hun beleid erop aan te passen, ook in Nederland.

Niet iedereen is ervan overtuigd dat de massale opkomst van robots dichtbij is. Brad Nelson bijvoorbeeld. Hij is directeur van robotica-instituut IRIS van de technische universiteit ETH in Zürich en een van de meest vooraanstaande robotexperts van Europa.

Is alle aandacht voor robots terecht?

„Er zijn de laatste tijd opvallend veel believers, maar dat is eigenlijk niets nieuws. Ik begon in de jaren 80 te werken in robotica, toen het vakgebied sterk in opkomst was. Ook toen had iedereen het erover hoe robots alles zouden veranderen. Maar mensen onderschatten hoe complex robots zijn. Tegen het eind van de jaren 80 was ‘robot’ een vies woord geworden, omdat alle verwachtingen niet waren waargemaakt. De vraag is ook nu weer: is de timing wel goed?”

Wat denkt u?

„Het verschilt nogal per soort robot. Bij medische robots gaat het echt snel. Investeerders storten zich op robots voor minimaal invasieve chirurgie, bijvoorbeeld een hartoperatie via je lies. Verschillende bedrijven doen daarin veelbelovende dingen. De ontwikkelingen in de drone-industrie gaan snel en zelfrijdende auto’s lijken er binnen afzienbare tijd aan te komen. Dus er gebeurt zeker veel.”

Maar?

„Er moet nog veel ingenieurswerk gedaan worden voordat alle beloften werkelijkheid worden. De bouwstenen voor slimme, veelzijdig inzetbare robots zijn er. Maar het is niet makkelijk om robots te ontwikkelen die daadwerkelijk op een zinnige manier kunnen worden gebruikt. Een voorbeeld: de technologie die nodig is voor minimaal invasieve chirurgie was er grotendeels al in de jaren 50. Maar zij breekt nu pas door. De complexiteit van de technologie om die robots goed te laten werken, werd stelselmatig onderschat. Dat is nog steeds zo.”

Wat moet er gebeuren voor de grote doorbraak van robots in het dagelijkse leven?

„Er is een onderscheid tussen de hardware en de software. Ik ben vooral van de hardware, daar zijn nog veel problemen op te lossen. Veel van de discussie gaat over software, bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie. Daar gaat het veel sneller. Maar de fysieke, mechanische kant van robots loopt telkens tegen grenzen aan.

„Neem zelfrijdende auto’s. Die ontwikkeling gaat vooral zo snel doordat patroonherkenning via computers accurater wordt. Het is de toepassing van slimme software die zorgt voor snelle ontwikkelingen. In de hardware gaan de ontwikkelingen langzamer, dat blijkt lastiger dan mensen denken.”

Je hoort de laatste tijd veel over de Wet van Moore: elke twee jaar wordt het aantal transistors op een chip verdubbeld, wat leidt tot exponentiële technologische groei. Dat klopt dus niet?

„Ja, ja. De singularity komt eraan”, verwijst hij schertsend naar naar het hypothetische moment waarop computers slimmer worden dan mensen. Sommige experts voorspellen dat dat moment binnen enkele decennia zal aanbreken. „Natuurlijk gaat technologie snel de laatste tijd. Maar ik zie ook parallellen met de jaren 80, toen de opkomst van robots overdreven werd. Nu wordt ook hard geroepen dat het zo snel gaat met robots. De fundamentele problemen die nog moeten worden opgelost, negeren deze mensen gemakshalve. Er is nog een lange weg te gaan om echt te snappen hoe technologieën werken en hoe ze kunnen worden toegepast.”

Wat zijn in technisch opzicht de belangrijkste uitdagingen?

„Wij doen hier veel onderzoek naar medische robots. Daar is de grootste uitdaging: hoe kunnen we heel kleine dingen laten bewegen? Tot aan nanoschaal aan toe, structuren van enkele atomen groot. Op die schaal gedragen materialen zich anders. We werken aan robotjes die klein genoeg zijn om in een menselijk oog te injecteren. Die robotjes kunnen bijvoorbeeld medicijnen afleveren. We experimenteren zelfs met robots die kleine operaties kunnen uitvoeren.”

Dat zijn niet de eerste zaken waar je aan denkt bij het woord ‘robot’.

„Nee. Maar ook voor dit soort oplossingen is nog veel werk nodig voor mensen ze echt op grote schaal kunnen gebruiken. De toepassingen waaraan wordt gewerkt zijn erg breed: industrie, in huis, medisch. Voordat alle beloften zijn ingelost, zijn we decennia verder.”