Een mooie, ruige jongensdroom

De garagerockband die begon als hobbyband van singer-songwriter Tim Knol maakt een snelle opmars met onweerstaanbaar voortjakkerende rocksongs. Nu zijn er een tour, en een elpee.

The Miseries met vooraanTim Knol (zang, gitaar)

Hobbyband van Tim Knol en de leukste garagerockrockgroep van Nederland. Die reputatie snelde The Miseries vooruit toen ze vorig jaar juli op de Zwarte Cross speelden. In een omgebouwde zeecontainer jaste het viertal er in hoog tempo een reeks onweerstaanbaar voortjakkerende rocksongs doorheen. Bij de sixtiesklassieker Sorrow, origineel van The McCoys, was het publiek niet meer te houden. Hier werd goed, ruig, hard en melodieus gespeeld door een band met het rockhart op de juiste plek.

De eigen nummers van The Miseries uit Hoorn zijn zo mogelijk nog beter. Skinflint, de single van het album dat ze opnamen in de Hoornse M15-studio, staat twee keer op de plaat. Eenmaal meedogenloos hard en snel. De tweede keer als niet op de hoes aangekondigde bonustrack in een sleazy croonerversie door bassist Eric Lensink, achter de piano. De nestor van de band heeft een nevencarrière als loungepianist en charmezanger. Zoals de half zo jonge Tim Knol (25) er een muzikale praktijk op na houdt als zachtmoedig singer-songwriter. Bij The Miseries staat Knol onopvallend op het podium, in één lijn met zijn medebandleden. Hij valt alleen op door zijn naar lucht happende stem en fanatiek fuzzgitaarspel.

De band, minus Lensink die een schnabbel heeft in een theater, ontvangt in de studio waar ze de jongensdroom van „gewoon een lekkere rockplaat” verwezenlijkten. Drummer Kees Schaper en tweede gitarist Melle Boersma zijn vrienden van Knol. Ze kenden elkaar uit het café en speelden al eerder samen, in coverbands of op sessieavonden. Waarom deze band?

„Tot voor kort noemde ik het een uit de hand gelopen grap”, zegt Tim Knol. „Maar een grap is het nu niet meer. Na zes jaar en drie elpees als singer-songwriter had ik enorm de behoefte aan iets anders, iets stevigers. Kees en ik zijn al van jongsaf bezig met muziek maken. We zijn altijd op zoek naar oude singletjes met ruige sixtiesmuziek. Zoiets wilden we zelf ook.”

Al snel vallen er namen van bands die hen inspireerden. The Kinks, uit de begindagen. The Records, powerpop uit Engeland. The Saints, Australische punkers die zich niet in een hokje liet duwen. Maar ook een B-kantje van Sonny & Cher kon heel radicaal en inspirerend klinken. „Alleen punk of garagerock maken is ons veel te benauwd”, zegt Schaper. „Hoe hard we ook spelen, het is belangrijk dat er melodie in zit. Als drummer bemoei ik me intensief met de structuur van de songs. Ik ben een meedenkende drummer.”

Een verschil met zijn singer-songwriterwerk, zegt Tim Knol, is dat zijn zang bij The Miseries is verweven in de muziek. „Mijn stem zit meer in de mix. Bij harde rockmuziek is dat beter voor de balans. Ik hou er niet van om over de muziek heen te moeten blèren. Alleen de gitaarsolo’s mogen er keihard uit knallen. Bij het maken van onze plaat hebben we ons ook niet druk gemaakt om een perfecte geluidsmix of het wegpoetsen van foutjes. Als het goed klonk, dan lieten we het gewoon zo. Zo’n soort band zijn we: niet zeuren, gewoon doen.”

Het eerste plaatje op Tim Knols zelf opgerichte vinyllabel Tender Records kwam uit eigen koker: Cracking Up van The Miseries. Naast singles van de Groningse band The Black Cult en Tims Amerikaanse vrienden Drivin’ N’ Cryin’ is Tender nu ook het thuis van zijn eigen biermerk.

„Een imperium hoeft het niet te worden”, zegt de platenbaas. „Ik doe die dingen omdat het mijn leven boeiender maakt. Naast de muziek hou ik me bezig met fotografie, en ik kom vaak genoeg in de kroeg om verstand te hebben van bier. Als muzikant loop je het gevaar dat je in hetzelfde kringetje rond blijft draaien: album maken, interviews doen, optreden, theatertour en dan weer liedjes maken voor een nieuw album. Ik probeer bewust uit die sleur te breken. Bij alles wat ik doe spoken er ideeën voor nieuwe liedjes in mijn hoofd.”

The Miseries verheugen zich op een zomer waar ze op plekken spelen die ze nog nooit eerder gezien hebben. „Festivals als Sleazefest en Klikofest nodigen Tims eigen band niet zo snel uit”, zegt Kees Schaper. „Maar wij staan er. Zo’n zeecontainer op de Zwarte Cross, met een klein houten barretje en een backstage in de open lucht: dáár horen wij thuis.”

Voor Knol is het grote verschil dat de gitaarversterker voluit open kan. „In een café of een klein zaaltje wordt het publiek bijna fysiek weggeblazen door het geluid van onze versterkers. Dat is levensgevaarlijk voor je oren, maar het hoort bij de essentie van rock-’n-roll. Het is mooi om de grenzen op te zoeken.”

Eric Lensink, strak in het pak teruggekeerd van zijn schnabbel, wil op de valreep graag nog even benadrukken dat The Miseries niet zomaar een herriebandje zijn. „Er wordt heel mooi gezongen bij ons, koortjes en refreinen. Hóge stemmetjes. Schreeuwen doen wij niet. Alleen live wil Tim zijn stem nog weleens verheffen.”

Tim Knol: „Ik ben megatrots op deze plaat. Vrijheid is het sleutelwoord. Ik noem mezelf tegenwoordig liever simpelweg muzikant dan singer-songwriter. Dat begrip is achterhaald en belegen, nu Giel Beelen er een wedstrijdje van heeft gemaakt met zijn televisiecompetitie. Het interesseert mij geen klap wie de beste is in welk genre dan ook. Laat mij maar gewoon lekker muziek maken.”