Een kijkje in de ziel van een pedofiel

Hoe zou het zijn om te leven als pedoseksueel? Dat onderzoekt debutante Inge Schilperoord in haar roman Muidhond. Het is een verontrustende roman die je verbouwereerd en verdrietig achterlaat.

Foto Thinkstock

In het recente verleden maakten diverse schrijvers zich sterk voor Martijn, de vereniging voor pedoseksuelen. Ze betuigden hun steun in columns, en ingezonden brieven. Door dat rumoer besefte je hoe groot de ruimte was die er voor schrijvers lag om een roman over een pedoseksueel te schrijven. Hoe zou het toch zijn om onder die omstandigheid te leven? Je krijgt er niet vaak iets van mee.

Debutante Inge Schilperoord (1973), een forensisch psycholoog die onder meer aan het Pieter Baan Centrum in Utrecht verbonden is, komt nu met Muidhond. Het is zo’n boek dat je verbouwereerd en verdrietig achterlaat. Het kost je na het omslaan van de laatste pagina ook de grootste moeite om er originele woorden of kwalificaties voor te bedenken, omdat het je nauwelijks ruimte biedt om er afstand van te nemen. Het is proza dat de lezer opeist. Het is geen pageturner, maar wel een boek waar je ogen als magneten aan vastgekleefd blijven zitten. Het eerste compliment aan Schilperoord betreft dan ook haar schrijven-als-ambacht: alles staat in haar zinnen op de goede plek en er staat geen woord te veel in.

Hij wordt vervroegd vrijgelaten

Het verhaaltje laat zich eenvoudig samenvatten: Jonathan, een man van een jaar of dertig, wordt vervroegd vrijgelaten uit een overheidsinstelling omdat er te weinig bewijs is voor een zedendelict dat hij gepleegd heeft. Hij trekt bij zijn alleenstaande moeder in en gaat weer diensten draaien bij de fabriek waar hij al lang werkt. Dat Jonathan in gevecht met zichzelf is, is al vanaf de eerste zin duidelijk: ‘Nu moet ik goed opletten, dacht Jonathan’. Het slaat op de controle die hij over zichzelf wil houden; hij wil niet opnieuw de fout ingaan, en hij wil ook zeker niet opnieuw de gevangenis in.

Om niet te ontsporen, heeft hij een zogenoemd werkboek van zijn begeleiders meegekregen: hij doet zijn uiterste best om zo precies mogelijk binnen de lijntjes te blijven.

In deze passages openbaart zich de vakexpertise van Schilperoord, die heel stipt laat zien hoe zo’n ‘externe’ begeleiding zich voltrekt. Jonathan geeft woorden aan wat hij ervaart als het dreigt mis te gaan, en daarnaast doet hij verwoede pogingen om zich ook andere tips uit de instelling voor de geest te halen.

Geaardheid kan hij niet afdwingen

Wat echter steeds duidelijker wordt, en dat is een van de voornaamste verontrustende lessen van de roman, is dat Jonathan zijn wezen niet met een paar corrigerende woorden kan veranderen. Hij kan zijn geaardheid er niet onder houden, zoals niemand dat kan – heteroseksueel, homoseksueel, pedoseksueel.

Wat voor iemand met een geaccepteerde geaardheid fijne gedachten zijn (rokjesdag!) dat is voor Jonathan de toetreding tot de eerste ring van de hel. Als Muidhond iets duidelijk maakt, is het dat voor iemand als Jonathan gedachten niet vrij zijn.

Jonathans gevecht duurt een roman lang, en Schilperoord slaagt erin om er steeds meer verdieping in aan te brengen, om de riem steeds strakker aan te trekken. En ze heeft meer demonen voor haar held (en voor ons) in petto dan het schaars geklede buurmeisje dat zo onaangekondigd bij Jonathan aan komt lopen. Dat is al aan het (overigens incomplete) motto uit Camus’ De mythe van Sisyphus te zien: ‘De mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt’. Net als Camus’ vreemdeling staat Jonathan tot op zekere hoogte onder het gezag van zijn indrukken, in plaats van dat er ruimte voor hem bestaat om keuzes te maken.

Een moedige schrijfster

Inge Schilperoord schrijft over de ‘naalden van zomerlicht’ die het armoedige huis van Jonathan en zijn moeder binnenvallen en durft daarnaast ook over de ervaring van voortschrijdende tijd te schrijven zonder dat het zweverig wordt. Dit alles maakt van haar Muidhond een duizelingwekkend en diep humaan boek, geschreven door een moedige schrijfster die dóór heeft durven zoeken waar de meeste mensen zich niet durven te begeven.