China’s opkomst moet in het IMF weerspiegeld zijn

Zeventig jaar stond het fier overeind, maar er komen scheuren in het gebouw waar sinds 1944 de wereldeconomie wordt beheerd. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd destijds, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, onder Amerikaanse regie opgericht om de internationale financiële orde te bewaken, met de dollar in de hoofdrol. De International Bank for Reconstruction and Development (IBRD) moest het herstel van vooral Europa financieren en zou later bekend worden onder de naam Wereldbank, met dochterorganisaties in Azië, Afrika en Latijns-Amerika.

Deze Bretton Woods-instellingen, genoemd naar het Amerikaanse plaatsje waar de oprichtingsconferentie plaatsvond, staan nu onder druk. Symbolisch als zij zijn voor Amerika’s naoorlogse hegemonie, zullen ze zich moeten aanpassen aan de snel veranderende machtsverhoudingen in de wereldeconomie.

De achterstand is groot. Zowel de Verenigde Staten als Europa hebben te lang vastgehouden aan hun privilege om respectievelijk de president van de Wereldbank en de directeur van het IMF te benoemen. En de stemverhoudingen lopen, vooral bij het IMF, ver achter bij de realiteit. In 2010 werd na moeizaam overleg afgesproken dat opkomende landen een groter gewicht zouden krijgen bij de besluitvorming in het IMF. Het Amerikaanse Congres houdt die verandering nog steeds tegen.

Intussen is de belangrijkste van die opkomende economische machten, China, begonnen met een regionaal alternatief voor de Wereldbank: de Aziatische Infrastructurele Investeringsbank (AIIB). Vorige maand besloot het Verenigd Koninkrijk daar, tot verbijstering van de Amerikanen, medeoprichter van te worden. Die stap werd halsoverkop gevolgd door de meeste andere Europese landen – ook Nederland – en veel Amerikaanse bondgenoten in Azië zelf.

Die beslissing onderstreept de keuze waar vooral de VS voor staan. Ofwel de bestaande instituten hervormen mee met de wereldeconomie en proberen daarvan een daadwerkelijke afspiegeling te zijn. Of zij slagen daar niet in, en dan is de AIIB alleen nog maar de eerste stap naar een alternatieve Chinese architectuur die uiteindelijk zoiets als een eigen Monetair Fonds zal omvatten.

Dat laatste is hoogst onwenselijk. Een multipolaire wereld dient zich aan, waarin zich verschillende machtscentra bevinden. Juist onder deze omstandigheden zijn effectieve internationale organisaties van cruciaal belang. Daarbij gaat het uiteraard om het uitvoeren van stabiliserende taken, met name door het IMF. Maar misschien nog wel belangrijker is dat er één forum is waar op het allerhoogste niveau van gedachten wordt gewisseld en er structureel contact wordt onderhouden over het coördineren en besturen van de wereldeconomie.

Representativiteit is dan de eerste vereiste. Europa moet nog verder gaan in het afstaan van macht binnen het IMF. De VS moeten er in wezen nog aan beginnen. Het alternatief is een versplintering, en daar is niemand bij gebaat.