BP-olieramp in Golf van Mexico vandaag 5 jaar geleden: een overzicht

Het is vandaag vijf jaar geleden dat in de Golf van Mexico een explosie plaatsvond op olieplatform Deepwater Horizon. Elf mensen overlijden en miljoenen liters olie stromen de zee in. Vijf jaar na de ramp zijn nog altijd niet alle vragen over de toedracht beantwoord. Een overzicht van de gebeurtenissen.

Het is vandaag vijf jaar geleden dat in de Golf van Mexico een explosie plaatsvond op olieplatform Deepwater Horizon. Elf mensen overlijden en na een verwoede bluspoging, zinkt het platform dat geleased werd door oliemaatschappij BP: miljoenen liters olie stromen de zee in. Vijf jaar na de ramp zijn nog altijd niet alle vragen over de toedracht beantwoord. Een overzicht van de gebeurtenissen.

Jaar van de ramp

Het is 20 april 2010 als erop olieplatform Deepwater Horizon een ‘blow-out’ plaatsvindt: aardolie loopt langs en uit het boorgat naar het oppervlak met een explosie als gevolg. Tijdens het blussen van Deepwater Horizon, zinkt het platform en breekt de boorstang. Een niet goed functionerende afsluiter zorgt ervoor dat de olie niet meer tegengehouden wordt met als gevolg dat de Golf van Mexico vervuild wordt. Omdat het lek zich op 1500 meter diepte bevindt, duurt het 87 dagen voordat het wordt gedicht. Hoeveel olie er exact uit het gat stroomt, is niet bekend: Amerikaanse universiteiten melden dat er dagelijks elf miljoen liter weglekt. Dagblad The New York Times spreekt van 16 miljoen liter per dag.

De olieramp in cijfers

Infografiek AFP

De olieramp in cijfers. Infografiek AFP

Een jaar na de ramp

Een jaar na de ramp komt een commissie, aangesteld door president Obama, tot de conclusie dat de olieramp in de Golf van Mexico het gevolg is geweest van “systematische fouten” bij het Britse olieconcern BP, bij andere betrokken bedrijven, en ook bij de Amerikaanse toezichthouder. Zo heerste er volgens de commissie bij BP een “cultuur waarbij het vooral draaide om haast te maken met projecten, en zo tijd en geld te sparen, ook al gaat dat ten koste van de veiligheid.” Een jaar na de ramp wordt ook duidelijk dat bewoners rond de met olie besmeurde Golf van Mexico ziek worden van de oplosmiddelen die BP gebruikte om de gelekte olie te verwijderen. BP heeft toegegeven zeker zeven miljoen liter van het giftige - in veel landen verboden - middel Corexit te hebben gebruikt. Het bevat organische verbindingen, de zogenaamde polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), die tot ziekte bij mensen kunnen leiden. Een garnalenvisser die kort na de ramp hielp om de olie op te ruimen, vertelt in een documentaire gemaakt door CBCnews dat hij sinds de ramp erg veel hoest:

“Als de vliegtuigen over kwamen vliegen met het giftige middel, werd ons aangeraden om twee uur lang in de kajuit te schuilen. Het heeft mij niets geholpen.”

Bekijk de documentaire waarin de garnalenvisser zijn verhaal doet hieronder:

Twee jaar na de ramp

Na de grootste olieramp uit de Amerikaanse geschiedenis heeft de Britse oliemaatschappij BP inmiddels ook de grootste schikking uit de Amerikaanse geschiedenis op haar naam staan. Eind 2012 wordt bekend dat BP 4,5 miljard dollar terug moet betalen aan de Amerikaanse overheid- 4 miljard aan strafrechtelijke claims, 525 miljoen aan de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC. Het bedrag komt bovenop de tientallen miljarden dollars die BP betaalt om de schade van de ramp te vergoeden voor getroffenen aan vooral de kuststreken van de Golf van Mexico. Het dichten van het lek en het verwijderen van aangespoelde olie kostte al circa 14 miljard dollar.

Drie jaar na de ramp

Het bedrijf Halliburton Energy Services dat cement leverde aan het boorplatform, geeft toe dat het bewijsmateriaal heeft vernietigd dat verband hield met de olieramp. Na de ramp bleek dat het cement niet geschikt was. De multinational heeft toegezegd de maximale boete van 200.000 dollar te zullen betalen voor de ramp. Daarnaast doneert Halliburton vrijwillig 55 miljoen dollar aan de National Fish and Wildlife Foundation.

Vier jaar na de ramp

Volgens Dagblad The Guardian zijn de gevolgen vier jaar na de ramp nog steeds groot onder het wateroppervlak. De journalisten baseren zich op een rapport van de National Wildlife Federation. Daarin wordt gesteld dat er nog veel dieren worden aangetroffen met oliesporen en dat er in 2013 meer dan drie keer zoveel dode dolfijnen zijn aangespoeld als voor de ramp in 2010.

Vandaag: Vijf jaar na de ramp

Vandaag de dag ziet de Golf van Mexico er vanuit de lucht  “picture perfect” uit volgens een verslaggever van CNN. Hij is samen met duiker Philippe Cousteau teruggegaan naar het gezonken platform om te kijken hoe het vijf jaar later is op de rampplek. Hoewel op de plek waar het platform ligt veel vissen zwemmen, kan dat volgens Cousteau bedrieglijk zijn:

“Wij zien nu geen olie, maar het moet ergens zijn.”

Volgens verschillende oceanografen is de olie neergedaald op de zeebodem van de Golf van Mexico. Oceanograaf Mandy Joyce meldt aan CNN dat ze met een onderwaterrobot inderdaad vastgesteld heeft dat de olie op de bodem van de zee ligt.  Volgens haar blijft het daar niet liggen:

“Op een zeker moment gaat de olie zich verplaatsen met alle gevolgen van dien.”

BP ontkent dat er nog veel olie op de bodem van de zee ligt:

“Er ligt nog olie op twee plaatsen in de golf van Mexico. Op de bodem  in een straal van twee kilometer rond  het boorplatform en  in de vorm van tarballs, maar die zijn grotendeels opgeruimd.”

Met de zogenoemde “tarballs” bedoelt BP brokken olie die samengeklonterd zijn. Deze spoelen al vijf jaar lang aan langs de kustlijn van de Golf van Mexico. De naweeën van de ramp zijn volgens oceanografen nog zeker merkbaar, ook de komende jaren.