Als de hond zo kijkt, willen we gaan knuffelen

De band tussen hond en baas wordt sterker als ze elkaar langdurig aankijken.

Foto Thinkstock

De warme band tussen mens en hond ontstaat als de twee elkaar in de ogen kijken. Dat idee lanceren Japanse onderzoekers van de Azabu University in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Ze ontdekten dat door meer oogcontact tussen hond en baasje de concentratie van het vertrouwenshormoon oxytocine bij beide toeneemt.

Bij mensen vliegt de oxytocinespiegel omhoog bij prettig sociaal contact, zoals knuffelen of seks. Ook tussen moeder en kind is contact oxytocineverhogend. De hypothalamus geeft dan meer oxytocine af aan het bloed. Oxytocine kreeg de reputatie van ‘knuffelhormoon’, maar het hormoon maakt mensen ook wantrouwiger naar personen buiten de eigen groep.

Oxytocine is in veel verschillende situaties onderzocht, ook al bij aankijken. Het komt bijvoorbeeld vrij als baby en moeder of vader elkaar aankijken, bij ouder én kind.

De Japanners hebben nu voor het eerst onderzocht welke rol oxytocine speelt bij de interactie tussen mens en dier. De onderzoekers lieten baasjes en honden met z’n tweeën in een kamertje op de universiteit. Als een hond zijn baasje lang aankeek, maten ze daarna meer oxytocine in de urine van de baasjes en honden. De onderzoekers voerden het experiment ook uit met tamme wolven en hun eigenaren, maar maten daar geen verschil.

In een tweede experiment kregen honden oxytocine toegediend. Daarna kwamen ze in een kamer waar de baas en twee vreemdelingen zaten. De mensen praatten niet met elkaar en mochten de hond niet aanhalen. De teefjes in dit experiment gingen na een snuf oxytocine vaker naar hun baas zitten kijken – de reutjes niet.

Bekend is dat honden erg gevoelig zijn voor de blik van mensen. Honden kunnen bijvoorbeeld de ogen van hun baasje volgen om een verstopte snack te vinden. Wolven doen dat niet.

Nu niet direct een hond kopen

In een begeleidend commentaar, schrijven de biologen Brian Hare en Evan MacLean van Duke University enthousiast dat deze resultaten ‘het sterkste bewijs tot nu toe’ vormen dat mensen en honden zich hechten middels oogcontact en oxytocine.

„Een erg leuk onderzoek”, vindt Carsten de Dreu, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Toch houdt hij nog een slag om de arm. De Dreu merkt op dat de onderzochte groep klein is. In het eerste experiment zijn bijvoorbeeld maar 21 bazen en honden onderzocht. Die zijn later ook nog eens opgedeeld in twee groepen: een groep met honden die weinig en een groep met honden die veel oogcontact maakten. Alleen bij die laatste groep vonden de onderzoekers dat er meer oxytocine werd aangemaakt. „Dit is een inspirerende aanwijzing, maar ik zou niet meteen een hond kopen om mijn oxytocineniveau op peil te krijgen.”

Hare en MacLean schrijven in hun commentaar dat, tijdens de domesticatie van de hond, mens en hond hun hechtingssystemen op elkaar hebben afgestemd. De eerste honden profiteerden waarschijnlijk van ouderlijke instincten van mensen. Door mensen aan te kijken, maakten ze zorgzame gevoelens los. We zijn van honden gaan houden op de manier waarop we van onze kinderen houden: via oxytocine. Hoe het van de kant van de hond is gegaan weten we niet. Wolven onderhouden onderling contact met behulp van oxytocine, maar mensen kijken ze niet aan.