De handbak is nep in deze Porsche, maar hard dat-ie gaat

Foto Peter de Krom

Autojournalist Bas van Putten recenseert nieuwe auto’s. Hier probeert hij de Porsche 911 GTS uit. En hij is nogal enthousiast.

De handbak is voor sportwagens wat ooit een automaat voor burgerauto’s was; een vertragende factor. Moderne automaten zijn altijd sneller. Via stuurflippers gaan op- en terugschakelen met de reactiesnelheid van een muisklik. Door het toegenomen aantal versnellingen, opgelopen tot maximaal negen, zijn trekkracht en toerentallen veel preciezer op je rijstijl af te stemmen dan met pook en koppeling. Een meerderheid bestelt zijn dan ook Porsche met automaat.

Het gaat goed met Porsche:

De rauwe 911 voor zware jongens

Toch is er nu een Porsche 911 GTS met handgeschakelde zevenversnellingsbak. Ja, zeven versnellingen. Daar is dus vraag naar. De motor achterin levert – zonder turbo! – 430 pk en de aandrijving gaat via de achterwielen, beproefd recept voor rijspektakel dat een sterk gestel vraagt, al is vierwielaandrijving voor de minder heldhaftigen tegen meerprijs leverbaar.

Dit moet de rauwe 911 zijn voor zware jongens die nog zelf de handen uit de mouwen willen steken. Dat concept spreekt mij als liefhebber van lichaamsoefening zeer aan. En, wat krijg ik als amateurgorilla voor mijn handwerk terug?

Niet meer snelheid. De handgeschakelde GTS accelereert 0,4 seconden langzamer naar 100 dan de automaatversie, die het in vier seconden rond doet. Ook niet mijn zelfbeschikkingsrecht. De via het stuur bespeelbare PDK-automaat verschaft je met twee vingertoppen absolute macht over je 911.

Handbakfetisjisten

Wat je koopt is de romantiek van de inspanning. Het is niet sneller, het is echter. En speciaal voor handbakfetisjisten laat Porsche het pookje zware, harde slagen maken. Vinden ze heerlijk.

Maar nu komt het: de handbak is een nepper. Ik ontdek het bij een inparkeermanoeuvre waar ik de motor laat uitvallen. Met het gaspedaal, surprise!, laat ik hem aanslaan zonder eerst opnieuw contact te hoeven maken. Dat doen motoren met een authentieke handbak echt niet. Er zit dus een vangnet tegen fouten in dat de auto tot een mobiele variant op begeleid wonen maakt, voor dat prettige gevoel van zelfstandigheid met altijd een hulpverlener onder de knop.

Papa is blij dat het voorbij is

Ik neem mijn vader mee. Met de kunst die ik van vakmensen heb afgekeken, gooi ik de Porsche als een aap de bochten in. Ik had het uit ijdelheid graag vanuit de lucht gezien. Dan had ik gezien hoe de 911 als bobslee-achtig projectiel over de banen jaagt die zijn koers maar niet zijn snelheden begrenzen. Dat een auto met 430 pk op de achterwielen en een zware zescilinder achterin zo strak blijft liggen is een wonder.

De koets is zo stijf dat je hem met exploderend zelfvertrouwen en tot meer dan 7.000 toeren per minuut naar de grens jaagt die natuurlijk toch ergens moet liggen, maar die steeds net niet komt. Als een stout kind tart ik de 183.000 euro die hij kost, I don’t fucking care, ik wil het hebben meegemaakt. Ik had je Top Gear-hijgproza willen besparen, maar papa’s opluchting dat het voorbij is, vat de ervaring heel goed samen.

Die kan dus net zo goed een automaat bestellen. Voor het rijden maakt het weinig uit. De automaat heeft het voordeel dat je beide handen aan het stuur kunt houden, maar dan mis je de primitieve lol hardhandig aan die pook te kunnen trekken die net doet alsof hij echt is.

Ik weet het nu zeker. Wie het geld heeft en met maximale zekerheid alles uit zijn leven wenst te halen koopt een 911 en wel deze. Eén dingetje: het gladde suède stuurwiel moet nog met klam angstzweet worden opgeruwd. De eerste druppels heb ik bijgedragen. Brrrr.

Screenshot Porsche

Screenshot Porsche