Uitslag geschiedenisquiz

Sommige vragen had bijna niemand goed. En niemand had alle vragen goed. Het was een moeilijke voorronde van de Grote Geschiedenisquiz.

Als de Grote Geschiedenisquiz makkelijk was, was het geen Grote Geschiedenisquiz. De 25 nogal gedetailleerde vragen, met (bijna) altijd brede historische context, moeten prikkelen. Maar dit jaar heeft niemand van de bijna tweeduizend inzenders alle vragen goed. En dat is in de veertienjarige geschiedenis van deze geschiedenisquiz nog maar een paar keer voorgekomen.

Misschien was het omdat er dit keer een paar echt antieke vragen in zaten. Zoals vraag 8 over de vreemde kleine kleifiguurtjes uit het Midden-Oosten, de tokens, die toch heus voorlopers waren van het spijkerschrift – en geen ‘betaalmiddelen’. 78 Procent van de ruim 1.000 inzenders op internet had het fout. Het is de slechtst gemaakte vraag. Bekentenis: deze vraag was een voorstel van mij. NRC-lezers hadden het antwoord kunnen weten, als ze op 28 juli 2014 op de wetenschapspagina het grote artikel ‘Ongeletterde herders schreven met geheugensteentjes’ hadden gelezen, en ook onthouden.

De best gemaakte vragen gingen juist over moderne geschiedenis. Over de debatgrap van Wiegel ten koste van Den Uyl: ‘Sinterklaas bestaat, daar zit hij’ (vraag 10, 84% goed). Over waarom de Dag van de Duitse Eenheid niet op 9 november wordt gevierd hoewel op die dag toch de Muur viel (vraag 5, 81% goed, omdat het ook de dag is van de Kristallnacht en de Hitlerputsch). Over het verbod van Charlie Chaplins film The Great Dictator in Spanje (vraag 23, 84% goed, vanwege de fascistische Franco-dictatuur). En over wat nu eigenlijk de ‘nachtwakerstaat’ was (vraag 9, 79% goed: een staat met minimale overheidsbemoeienis).

Je zou dus denken: de quiz-invullers – waarschijnlijk een speerpunt van historisch geïnteresseerd Nederland – weten als collectief vooral veel van de moderne geschiedenis. En moderne geschiedenis is ook veel populairder dan oude – dat was trouwens in de Oudheid niet anders. Maar uit de op één na slechtst gemaakte vraag (73% fout) , over de invoering van het Nederlandse paspoort, kan je ook een interessant hiaat in de moderne geschiedeniskennis afleiden. Want de invullers dachten vooral (40%) dat dat Nederlanders al in 1813 een paspoort verstrekt kregen. De rest dacht dat het met de afscheiding van België in 1830 gebeurde (23%) of met de Duitse bezetting (10%). Maar het was dus in 1914, om te midden van de oorlogsvluchtelingen de eigen burgers aan de grens te kunnen herkennen – een verrassend modern thema dus. Héél voorzichtig zou je kunnen vermoeden dat de Nationalistische Mythe, dat Nederland al héél lang een duidelijk geordend en afgebakend land is, nog niet helemaal is verbrijzeld. Een modern land heeft een paspoort, en in 1813 werden wij een modern land.

Niet dus.