Ouderwets christelijk dichter met liefde voor het Duits

Toen ‘Mijn God’ eind jaren negentig op de vleugels van een hervonden besef van religiositeit werd uitgekozen als thema voor de Boekenweek, vond Ad den Besten dat eigenlijk helemaal geen goed idee. „Ik moet eerlijk gezegd niets hebben van al dat religieuze gewroet, het is allemaal zo zelfbetrokken”, zei hij. „Ik ben daar te ouderwets christelijk voor.” Ergerlijke voorbeelden vond hij „New Age-achtige dingen” en ook De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch. Op 31 maart overleed Den Besten op 92-jarige leeftijd.

Christelijke poëzie is grotendeels in de marge van het literaire leven beland, maar het belang van Ad den Besten beperkt zich allesbehalve tot zijn geloofsgenoten. Als redacteur van uitgeverij Holland schiep hij in de eerste jaren na de oorlog de Windroos-reeks. Daarin was plaats voor de protestantse dichter Guillaume van der Graft, maar ook voor experimentele dichters als Jan Hanlo, Simon Vinkenoog, Remco Campert en Gerrit Kouwenaar. Over die periode zei hij later: „De Vijftigers waren jong en wilden wat, maar wij waren ook jong en wilden ook wat.” Namelijk: poëzie maken die niet alleen in de grote wereld, maar ook in kerkgemeenschappen wat kon betekenen.

Den Besten debuteerde zelf in 1946 met de bundel Dubbel leven. Hij combineerde zijn dichtersschap met uitgeefwerk en later met een aanstelling aan de universiteit en vertaalwerk. „Ik merkte dat het niet gunstig was om je leven als het waren in dienst te stellen van de communicatie van literatuur. Bovendien, als je zo intensief met de groten bezig bent… Kafka, Hölderlin, Rilke, Bobrowski… ga je je meer dan wenselijk is afvragen: wat moet ik hier nog voor wezenlijks aan bijdragen?” Wezenlijk was hoe dan ook Den Bestens grote Hölderlin-vertaling, waarvoor hij in 1989 werd onderscheiden met de Martinus Nijhoff Prijs.

Den Besten groeide op in een naar eigen zeggen zeer Deutsch-freundlich milieu. Zijn vader werd in de oorlog lid van de NSB en zelf tekende hij als theologiestudent de loyaliteitsverklaring, zij het met een voorbehoud: „alleen voorzover in overeenstemming met mijn geloof in Jezus Christus”. Naar eigen zeggen vreesde hij dat zijn vader anders in de problemen zou komen. Die was door de nazi’s ontslagen als burgemeester van Apeldoorn omdat hij weigerde de fietsen van joodse burgers te vorderen.

Den Besten, die in 1983 promoveerde op een studie naar het Wilhelmus, zou na de oorlog onder meer een West-Duitse bloemlezing van DDR-poëzie samenstellen, die voor veel dichters hun introductie in de Bondsrepubliek betekende.