Ook confrontatiestijl van Justitie kan verdwijnen

Van der Steur is nu vier weken minister van Justitie en veel is er nog niet op te merken, behalve een verschil in stijl. Hij praat een stuk sneller en is een meester in het stroopsmeren aan parlementariërs. Zelfs de meest vooringenomen vraag van de kleinste splinterpartij verwelkomt hij als een briljante bijdrage. Is hij het met de rabiate stelling niet eens, dan (hooguit) „herkent hij zich niet” in diens „analyse”. Wie van vormen houdt, is bij Van der Steur aan het goede adres. Wellevendheid als politiek harnas. Opponenten vinden zichzelf terug in de hoek, overdekt met complimenten.

Intussen jeukt het inhoudelijk enorm, en niet alleen bij mij. Nu pas is voelbaar hoe zwaar de hand van Opstelten lag op het beleid, het debat en dus op de rechtsstaat.

Her en der zie je al brieven of columns verschijnen van professionals die hopen op een nieuw begin. Het regeerakkoord is niet veranderd, maar Opstelten was op een aantal thema’s zo vastgelopen dat velen de ramen open willen gooien. Drugs, rechtsbijstand, nationale politie, bed-bad-brood – het is maar een greep.

Een fraaie illustratie van ‘Opstelten-kramp’ bleken de beleidsonderzoeken over wietteelt. Vorige week had de weekendkrant een onthullend stuk over de loopgravenoorlog die wetenschappers voeren tegen de beperkte vraagstellingen, selectieve duiding en andere trucs die het departement gebruikte om het anti-wietbeleid van Opstelten zo ‘objectief’ mogelijk te onderbouwen. Ik lees al die rapporten aan de Kamer altijd met gepast wantrouwen, maar voelde me toch nog belazerd. Dat politici ‘spinnen’ verrast niet, maar hoe zwak zijn (afhankelijke) sociale wetenschappers wel niet die hun handen ervan aftrekken als het rapportje af is.

De nationale politie begint ook scheuren te vertonen. Discriminatie in eigen kring, demotivatie, te hoog ziekteverzuim, bezuinigingen, CAO-onrust, integriteits- en kwaliteitsproblemen – de fusie maakt een lawine van achterstallig onderhoud los. Dat is behalve de schuld ook een verdienste van Opstelten – hij maakte zichtbaar wat er allemaal beter en anders moet.

Maar Van der Steur moet het nu dus oplossen. Alleen hoe? Op de ‘website voor de politie’ betoogde wetenschapper Bob Hoogenboom onlangs dat Justitie een ‘plan B’ nodig heeft. De bestuursstijl onder Opstelten noemde hij „dirigerend, controlerend en confronterend”. Hij beschrijft een ‘bunkermentaliteit’ op een departement dat deuken opliep door een „consequente strijdhouding”, in vrijwel ieder dossier. Onder Opstelten was vrijmoedig spreken voor ambtenaren niet meer mogelijk. Wetenschappers en bezorgde oud-korpschefs werden afgehouden. „De slagschaduw van de minister blindeerde tegenspraak”.

Om de politiefusie van de grond te krijgen, greep Opstelten naar zware middelen. Als korpschef koos hij Gerard Bouman, een vierkante ‘politiegeneraal’ die de 26 regionale korpsen aankon. Voor Justitie deed Opstelten hetzelfde. Toen de automatisering bij de politie vastliep, huurde Opstelten buiten alle regels om een zware consultant in. Deze Pieter Cloo, een VVD-intimus met de reputatie van rouwdouwer, schoof hij vervolgens door naar het departement, als secretaris-generaal. Toen Opstelten vertrok, gaf Cloo die positie op om zo ‘een nieuwe start mogelijk te maken’. Kennelijk is er ook intern een besef dat de stijl moet veranderen.

Voor de politie weet Hoogenboom het wel. Bouman moet te veel tegelijk doen. Bezuinigen, reorganiseren, kwaliteit verbeteren, jihadisme bestrijden, brandjes blussen. De bestuursstijl van Opstelten werd contraproductief, meent hij. En dat doet zich ook voor binnen de politie. Moet behalve Cloo ook Bouman vertrekken? Onder de professionals is behoefte aan een minder dirigistische ambtelijke top. Die meer professionele ruimte laat, uitvoerders vertrouwen geeft, minder leunt op strakke hiërarchie. Of Van der Steur, die tot nu toe niet meer bestuurde dan zijn eigen advocatenpraktijk, ècht Justitie gaat veranderen, is een open vraag. Waarop hij vast een bloemrijk antwoord weet.