Niks zo intiem als je smartphone

Je smartphone is ideaal voor commerciële bedrijven: alle gegevens die je ermee genereert, kunnen ze gebruiken. Maar 'm vanwege je privacy weigeren te gebruiken, is ook weer zo drastisch. Hoe principieel moet je zijn?

Totale overgave is het beste. Tenminste, voor wie lekker wil meedoen in het sociale leven en zijn telefoon wil gebruiken waarvoor hij bedoeld is. Smartphones zijn alleskunners, geweldig.

Maar het eeuwige spanningsveld van de moderne informatiemaatschappij komt bij de smartphone het duidelijkst naar voren: hoe meer je ermee doet, hoe meer privacy je opgeeft.

Ben je erg privacybewust? Wil je principieel doen? Pak dan maar een simpele Nokia. Dag WhatsApp, dag Facebook, dag Google Maps, dag Runkeeper, dag even-een-discussie-in-de-kroeg-beslechten-met-Wikipedia.

De gegevens die je met je smartphonegebruik genereert, zijn ultiem intiem. Je telefoon weet wanneer je wekker gaat en wanneer je gaat slapen, of je een beetje doorfietst naar je werk, met wie je stiekem zit te whatsappen tijdens vergaderingen, wat je doet als je je verveelt en waar je in het holst van de nacht naartoe surft. Dit ‘complete plaatje’ van je leven zal voorlopig niet in zijn geheel bij een commercieel bedrijf terechtkomen, maar appmakers en advertentienetwerken proberen wel zoveel mogelijk over je gedrag en je omgang met hun apps te weten te komen.

Eind vorig jaar bleek dat de app van Facebook maar liefst 700 soorten gegevens naar de servers van Facebook stuurt. Hoe snel de app laadt, of je via wifi of een mobiele verbinding verbonden bent, hoe je wifinetwerk heet, hoe lang de app openstaat, hoe ver je scrollt, en nog veel meer. Veel over de prestaties van de app dus, maar ook informatie over wat de gebruiker met de app doet.

‘Ja maar’, zeggen sommigen, ‘ik zet nooit iets op Facebook, ik bekijk alleen berichten van anderen.’ Ook als je een zogenaamde ‘lurker’ bent, die alleen leest en zelf niks bijdraagt, genereer je interessante gegevens. Vergelijk het met de metadata van telefoongesprekken tussen vermeende terroristen waarin inlichtingendiensten en politie graag grasduinen: al weten ze niet wat er precies in een gesprek werd gezegd, locatiegegevens en informatie over wie met wie belt zijn soms genoeg om iemand te arresteren.

Jongeren gaan laks met privacy om

Veel mensen weten ergens wel dat apps veel honger naar data hebben. Maar hier ook naar handelen is een ander verhaal. Vorige maand verscheen een rapport van cybersecuritybedrijf Lookout over privacybewustzijn. Van de (Amerikaanse) respondenten omschreef 41 procent zichzelf als bovengemiddeld privacybewust. Nog eens 50 procent zei gemiddeld privacybewust te zijn. Vooral jongeren zeggen veel te weten over privacy rond hun mobiele telefoon. Toch zijn het juist jongeren die in de praktijk laks omgaan met hun privacy, blijkt verderop in het rapport. Ze loggen in op niet-beveiligde wifinetwerken, downloaden apps (soms uit niet-officiële bron) zonder privacyvoorwaarden te lezen en zetten veel persoonlijke informatie op sociale netwerken.

De reden dat ze dit doen laat zich niet moeilijk raden: gemak. De functionaliteit van al die handige en leuke apps willen ze graag. De advertenties die ze erbij krijgen en het slurpen van data hebben ze liever niet, maar ze nemen het voor lief.

Ontkomen wordt in de toekomst alleen maar moeilijker. Want het hoogste doel van techbedrijven is hun technologie nog meer te laten integreren in je leven. Het hoofd van Google X, de afdeling van Google waar de wildste, geheimste plannen gemaakt worden, ziet het liefst dat technologie out of the way gaat. Tech moet functioneren als een bril: je merkt pas dat je hem op had als je hem afzet. Het was deze groep die Google Glass bedacht – al bleek de wereld daar nog niet klaar voor. Bij Apple kijken ze er ook zo tegenaan, is deze maand in techtijdschrift Wired te lezen. De iPhone verpest met zijn constante buzz ons leven. Hun oplossing: de Apple watch.

Getting out of the way klinkt als een mooi streven, maar om zulke apparaten goed te laten functioneren moeten ze zoveel mogelijk van je weten. Wearables werken veelal spraakgestuurd. Google Now (Android), Cortana (Windows) en Siri (iOS) die in de apparaten leven zijn je persoonlijke assistent. Ze melden zich alleen als er een belangrijke e-mail binnenkomt. Ze vertellen je dat je eerder moet vertrekken naar een afspraak als er vertraging is onderweg. Ze reserveren tafels voor je in restaurants.

Altijd weer die afweging

Daarvoor moeten ze wel te allen tijde weten waar je bent. Google Now en Cortana lezen bovendien al je e-mail en alle drie verlangen ze een trouw ingevulde agenda en contactpersonenlijst. Hoe meer je tegen ze praat, hoe beter ze je begrijpen. Data, data, en nog meer data hebben ze nodig. Cortana is nog wel inschikkelijk: als je liever niet hebt dat ze je e-mail leest dan laat ze dat buiten beschouwing. Siri hoeft niet per se te weten waar je bent, dat kun je uitzetten. Fijn, iets meer privacy. Maar hoe minder databronnen de assistent heeft, hoe minder persoonlijk ze wordt. Altijd weer die afweging.

Hoe houd je controle over je gegevens? Eigenlijk zijn er maar twee – uitgesproken – smaken: je maakt de radicale keuze om niet meer mee te doen en alle technologie terzijde te schuiven, of je geeft je over en geniet van alle fijne functionaliteit. Een troost: het gaat al die techbedrijven niet om jou als specifiek persoon, alle gegevens worden op een grote hoop gegooid en jij wordt met duizenden anderen in een hokje gezet. Je bent in goed gezelschap.