Niks is zeker, we weten weinig en de mens bestaat uit los gemijmer

Wetenschappers kletsen maar een eind weg. En de kennis die de wetenschap levert, is helemaal niet betrouwbaar. Wie dit denkt, móet Wetenschappelijk onkruid lezen. Want hij of zij krijgt daarin gelijk. Een geweldig boek is het, geschreven door 179 wetenschappers en publicisten die hun gal spugen over gevestigde wetenschappelijke ideeën, in nooit meer dan een paar pagina’s. Wie te veel stukjes achter elkaar leest, wordt een beetje duizelig.

Laten we eens ophouden met het begrip ‘oneindigheid’, schrijft MIT-kosmoloog Max Tegmark. En het belang van mutaties bij het ontstaan van kanker wordt enorm overschat, smaalt de bekende fysicus Paul Davies – toegegeven: geen kankerdeskundige, maar hij houdt wel een meeslepend verhaaltje.

En houd toch eens op met dat denken in oorzaak en gevolg! Dat roept W. Daniels Hill, óók al een natuurkundige. We begrijpen de natuurkundige formules als een oorzaak-gevolg-relatie, maar dat stáát er niet. Kracht en versnelling hangen samen, maar wij mensen verzinnen er het verhaaltje bij.

En zo gaat het maar door. Dat de gevolgen van de verschillen tussen het linker- en rechterbrein enorm overdreven worden, wisten we misschien al. Net als dat onze vrije wil natúúrlijk niet bestaat. En IQ is al lang niet meer heilig. Maar dat ‘ze’ in de wetenschap al aardig lijken uitgekeken op spiegelneuronen, hersenplasticiteit, de rol van mutaties in de evolutie, aangeboren eigenschappen, grootschalig onderzoek, muizenproeven, reductionisme én anti-reductionisme is wel verrassend.

Net als het betoog van de bekende Martin Rees, óók al weer een natuurkundige, dat we natuurlijk nooit alles zullen begrijpen. Zelfs als we de korrelige ‘gekwantificeerde’ structuur van de ruimte zelf zullen kennen (op een schaal een triljoen maal een triljoen maal kleiner dan het atoom) zal dat nog steeds weinig zeggen over voeding en pedagogie, schrijft hij bescheiden.

En was al tot u doorgedrongen dat al die gelukspsychologie lijkt te vergeten dat verdriet vaak beter en nuttiger is dan geluk? Negatieve emoties zijn goed voor onze concentratie, schrijft psycholoog June Gruber. Geluk leidt maar tot egocentrisme en riskant gedrag.

Niks blijft, alles stroomt. Dat is de boodschap van Wetenschappelijk onkruid: zonder gezonde twijfel komen we nergens. En zo is de wetenschap: er zijn geen zekerheden. ‘Het proces waarmee wetenschappelijke kennis wordt verfijnd blijft grotendeels onzichtbaar voor het niet-wetenschappelijk publiek’, schrijft antropoloog Mary Bateson, in een loflied op het publiekelijk afdanken van oude ideeën.

Het grootste misverstand is waarschijnlijk dat wetenschap streeft naar zekere kennis. Welnee. Als het ijs nog maar net dik genoeg is om verder te lopen, kijkt geen wetenschapper nog achterom. Of zoals de psycholoog Adam Alter schrijft: ‘Het wetenschappelijk archief bevat duizenden voorlopige resultaten, maar relatief weinig grondige replicaties, duplicaties en herzieningen van die eerdere resultaten’. Pas als het ijs gaat scheuren, kijken de onderzoekers verschrikt om zich heen.

En behalve verwarring wekken de stukjes ook belangstelling voor nieuwe ideeën. Zoals over de functie van ‘mind wandering’, het dwalen van de geest, waarover filosoof Thomas Metzinger schrijft. Hij ziet dat als een poging van de geest om een ‘fictief zelf’ te onderhouden: mijmeren creëert ons zelfgevoel. Ook de tirade van cognitiewetenschapper Dan Sperber tegen ‘concrete betekenis’ smaakt naar meer. Volgens hem gaat het in gesprekken vooral om ‘vage rondgalmende veranderingen in onze cognitieve omgeving’.

Kortom: een geslaagde aflevering in de Edge.org-serie van John Brockman.