Nerveus in zijn achtertuin

Met de grote vorm waarin Tom Dumoulin verkeert nemen ook de verwachtingen toe, zeker voor de vijftigste Amstel Gold Race.

Tom Dumoulin ging vorig jaar vroeg in de aanval in de Amstel Gold Race. „Dat was het domste wat ik kon doen.” Foto David van Dam/HH

Uiterlijk relaxed wandelt Tom Dumoulin over het bruggetje naar zijn auto op de parkeerplaats bij de Amstel Gold Xperience in Valkenburg, het jubileumboek van de 50-jarige klassieker onder de arm. Lentezon, fluitende vogels. Zijn ploeg wint, hijzelf is in topvorm, zondag start zijn lievelingsklassieker, ‘thuis’ in Maastricht. Waarom zou de kopman van Giant-Alpecin, de hoop van wielerminnend Limburg, zich druk maken?

Precies daarom voelt Dumoulin (24) zich dezer dagen onrustig, een gevoel dat hem meestal vreemd is. Juist nu alles goed gaat, valt er veel te halen. Maar ook meer te verliezen. „Dit zijn wel spannende dagen voor mij”, geeft hij weloverwogen formulerend toe. „Dit zijn bijna de enige dagen in het jaar dat ik vóór de koers al nerveus ben. Dat heb ik niet zo heel vaak.”

Is de druk er niet een beetje af, na zijn indrukwekkende tijdritzege vorige week in de Ronde van het Baskenland? Integendeel. „Aan de ene kant is het wel lekker, een bevestiging dat het goed zit met de vorm. Aan de andere kant geeft die bevestiging me de onrust dat ik weet dat ik goed ben. Als ik dat niet wist, zou ik meer zoiets hebben van: we zien wel. Nu weet ik: de benen zijn goed, nu kan er ook iets verwacht worden.” Uitgerekend in de vijftigste editie van de Amstel Gold Race. „Voor mij de belangrijkste koers van allemaal.”

Als jochie was hij onder de indruk, wanneer de helikopters overvlogen en de eerste motoren opdraaiden naar de finish, toen nog op de Maasboulevard in Maastricht. „We woonden in de wijk ernaast.” Niet dat de familie Dumoulin nou zo geïnteresseerd was in wielrennen. Tom voetbalde, zeges van Michael Boogerd (1999) of Erik Dekker (2001) veranderden daar niets aan.

Pas later, rond zijn vijftiende, is er de fiets. Lid van Bergklimmers in Stein, in zijn tweede jaar als belofte een doorbraak als tijdrijder, in 2012 een eerste profcontract in de ploeg van manager Iwan Spekenbrink. Binnen twee jaar uitgegroeid tot een van de beste tijdrijders ter wereld, bronzen medaillewinnaar bij de WK van 2014 bovendien.

Lastige klim

Het kan nóg beter, bewees hij onlangs in Baskenland, waar hij in de slottijdrit met een lastige klim toppers als Joaquim Rodriguez, Nairo Quintana en Tony Martin versloeg. „Waarschijnlijk mijn beste tijdrit ooit”, vindt Dumoulin. Zelfs bergop was hij sneller dan de pure klimmers. „Als je ziet wie ik versla en op welk parcours dan kun je stellen dat ik heel goed was.”

Wat een tijdrit van 18 kilometer zegt voor een klassieker van 250 kilometer? „Tijdrijden is een vak apart. Ik heb wel eens goede tijdritten gereden terwijl ik dan een week later in een klassieker helemaal niet zo geweldig ben. Maar de conditie is nu gewoon heel goed, ook de dagen voor de tijdrit had ik al een goed gevoel in het Baskenland. Ik kon bewust een beetje gas terugnemen die dagen, dat kon ik vorig jaar nog niet. Toen was het elke dag op het tandvlees binnenkomen.”

De dag nadat Dumoulin schitterde in Spanje was er in Parijs-Roubaix winst voor ploeggenoot John Degenkolb, die eerder al Milaan-Sanremo won. „Geen kattenpis.” In een paar jaar is Giant-Alpecin uitgegroeid tot een vaste waarde in het profpeloton. „Dit is niet meer het Skil-Shimano (de vroegere naam van de ploeg) waar om gelachen wordt. We zijn nu een van de betere WorldTourploegen. Door het winnen van twee monumenten hebben we wel wat respect afgedwongen.”

Duwtje

Ook zelf schuift hij op in de hiërarchie van het peloton. Als eerstejaars werd hij nog wel eens uit een waaier ‘gedrumd’. „Dan kreeg ik een duwtje, zo van: ga jij het ergens anders maar proberen. Nu laten ze me er toch iets makkelijker tussen. Ze weten dat Dumoulin het gat niet zal laten vallen.” Kleine dingen, die zondag het verschil kunnen maken tussen meedoen of afhaken. „Vooral omdat ik zelf meer vertrouwen heb. Als ik met de eerste tien de Cauberg opdraai, vind ik nu ook dat ik die plek mag opeisen”, vertelt hij. „Ik zou mezelf niet zo snel bij de eerste tien wurmen als ik al vijftig kilometer kapot aan het gaan ben en weet dat ik toch ga lossen.”

Het vertrouwen dat hij niet alleen kan uitblinken in tijdritten maar ook in klassiekers, nam najaar 2014 toe na goede klasseringen in WorldTourraces in Quebec (tweede) en Montreal (zesde). „Daar heb ik voor mezelf laten zien dat ik mee kan doen voor de winst.” Al kwam hij daarna op het WK nog wat te kort (22ste), in een wedstrijd die geen 200 maar 250 kilometer duurde. „Ik hoop dat ik die stap nu wel heb gemaakt.”

Dumoulin hoopt het, hij voelt het. Vandaar dat zelfs het toonbeeld van rust de laatste dagen voor de Amstel Gold Race onrustig wordt. Ja, hij heeft meer inhoud, rijdt harder bergop, zijn ploeg is goed en het parcours heeft geen geheimen. Een vroege aanval tegen een groot peloton, zoals vorig jaar op de Bemelerberg, laat hij nu wel uit zijn hoofd. „Dat was het domste wat ik kon doen. Ik koers niet meer om een half uur met m’n kop op tv te komen.”

Kan hij zondag op de slotbeklimming van de Cauberg mee met favorieten als Philippe Gilbert of wereldkampioen Michal Kwiatkowski? „Ik kom elk jaar iets verder in de koers. Vorig jaar kon ik Gilbert zien vertrekken op de Cauberg. Maar ik heb nog nooit het gevoel gehad van: nu ga ik proberen hem te volgen.” Een klassering wil hij er niet op plakken, maar zijn doel is helder. „De finale rijden en meedoen tot de streep voor de ereplekken.”