Lang zullen we leven

De smartphone lijkt hét middel om een gezondere levensstijl af te dwingen. De verwachtingen zijn torenhoog, maar zijn ze ook realistisch?

Ontwerpers van Lapka hebben voor een uit losse modules opgebouwde smartphone die Google ontwikkelt (project Ara) op de smartphone te plaatsen sensors ontwikkeld die onder meer hartslag, bloeddruk en ademhaling meten. Foto Lapka

Eén blik op de app Gezondheid op de iPhone zegt al heel wat over alle grote plannen van Apple met smartphones en gezondheid. Gebruikers kunnen niet alleen hun lichaamsbeweging nauwkeurig bijhouden, maar ook de zuurstofverzadiging in het bloed en de activiteit van het zenuwstelsel, te meten via de huid. Op smartphones van marktleider Samsung staat de app S Health. Daaraan kun je allerlei gezondheidsgadgets verbinden, van weegschalen tot bloeddrukmeters.

De smartphone als middelpunt van een netwerk vol gezondheidssensoren en wearables – de techbedrijven zien het helemaal voor zich. Ook Google, het bedrijf achter Android, het grootste mobiele besturingssyteem ter wereld. En sinds 2013 is Google ook eigenaar van Calico, dat als missie heeft mensen ouder te laten worden door de mysteries van ouderdomskwalen te ontrafelen aan de hand van digitale data – onder meer gegevens van smartphones. Ja echt, Google wil met behulp van mobieltjes mensen langer laten leven. Hoe realistisch zijn die plannen?

Er zijn geavanceerde medische toepassingen voor smartphones. Zo zijn er al smartphone-dongels om mensen op soa’s te testen, contactlenzen die via een smartphone glucoseniveaus meten en iPad-apps die via de camera je hartslag meten. Dat is allemaal veelbelovend. Maar er zijn veel bezwaren te overwinnen voor de echte doorbraak van m-health (mobile health).

De betrouwbaarheid van de metingen bijvoorbeeld. In februari publiceerde de Universiteit van Pennsylvania onderzoek waaruit bleek dat bewegingsdata van smartphones minmaal gemiddeld 7 procent verschillen met de werkelijkheid. Bij wearables als de Fitbit of de Nike Fuel Band kan de afwijking nog veel groter uitpakken. Dat soort afwijkingen wil je niet bij vitale gezondheidsdata.

Zelfs als de data heel nauwkeurig zouden zijn, betekent dat nog niet per se dat je alles kunt oplossen door alles simpelweg te meten.

Enen en nullen

Veel bedrijven omarmen de filosofie dat alle problemen zijn op te lossen door ze te kwantificeren en digitaliseren. Dat het menselijk lichaam en gezondheid misschien wel zo complex zijn dat ze niet in eentjes en nulletjes zijn te vatten, gaat er bij hen niet in. Technologie is het antwoord op alle problemen, ook op ziekte. De Wet van Moore, die zegt dat computerchips elke twee jaar in snelheid verdubbelen, lost alles op.

Die filosofie en grootste ambities zijn de norm in Silicon Valley. Google had al als missie om alle informatie van de wereld te organiseren en doorzoekbaar te maken. En nu ook nog om mensen langer te laten leven. Nu is groots en meeslepend een vereiste bij dit soort technologiebedrijven. Daarmee krijg je alle neuzen dezelfde kant op. Een aantrekkelijk toekomstperspectief kan mensen aansporen tot uitzonderlijke prestaties, is de gedachte. En het trekt lekker de aandacht natuurlijk.

Het Amerikaanse weekblad Time schreef in 2013 naar aanleiding van de overname van Calico een omslagartikel met als titel ‘Will Google solve Death?’. Dromen van de smartphone als bijna magische gezondheidsmachine dus. Dat beeld raakt blijkbaar iets diepmenselijks: de zucht naar onsterfelijkheid.

Handel in data

Maar los van de retoriek zit er ook een veel nuchterder reden achter de interesse van grote technologiebedrijven in gezondheid: data. Die kunnen ze, eventueel geanonimiseerd, doorverkopen. Adverteerders kunnen iemand met voortekenen van een ziekte bepaalde aanbiedingen doen: krijgt een patiënt met beginnende COPD straks een Google-advertentie voor nicotinepleisters om te stoppen met roken? Verzekeraars kunnen nu al inzicht krijgen in de gezondheid en het gedrag van hun klanten: de Zuid-Afrikaanse zorgverzekeraar Discovery geeft al korting op de premie in ruil voor inzage in smartphonedata. Ziekenhuizen kunnen hun behandelingen op data afstemmen, en overheden kunnen een beter beeld krijgen van volksgezondheid. Dit soort diensten staat nog maar in de kinderschoenen en loopt nu al tegen maatschappelijke bezwaren op, maar het is potentieel een lucratieve bron van inkomsten.

Dat verklaart ook waarom de app Gezondheid van Apple nu al zo uitgebreid is: iPhones verzamelen nog lang niet al die data met de ingebouwde sensoren, en gebruikers kunnen er weinig mee. Maar alles wat klanten zelf aan gegevens invullen is mooi meegenomen voor Apple. Er is zelfs een strijd aan de gang tussen bedrijven (waaronder Google, Illumina en het Chinese BGI) om databanken aan te leggen met digitale DNA-profielen van zoveel mogelijk mensen. Dat soort gegevens gecombineerd met smartphonedata over gezondheid kan interessante patronen en inzichten opleveren, denken ze. Ook bij die genetische technieken zijn nog allerlei valkuilen en technologische hobbels te overwinnen.

De smartphone fungeert al op verschillende manieren als verzamelaar van medische data. Telefoons en wearables zullen de komende jaren op allerlei nieuwe manieren gebruikt worden om mensen gezonder te laten leven, fitter te maken. Technologiebedrijven hebben enorme ambities en investeren miljarden.

Maar zolang smartphones het aantal stappen niet eens nauwkeurig kunnen tellen, klinkt onsterfelijkheid of een eind aan ouderdomskwalen vooral als fantasie. Hoopvol, maar niet erg realistisch.