Kampioen, maar de ziel is zoek

De Philips Sport Vereniging kan vandaag landskampioen worden. Maar bij de club is het niet meer zoals vroeger. De warmte verdween uit de Lichtstad.

Anton Philips (rechts) ontvangt Henry Ford in het huis van Philips in Nijmegen. Foto Geheugen van Nederland

Geestelijk is hij nog in orde. Lichamelijk niet meer. Liggend in kamer 135 van verzorgingstehuis Vitalis in Eindhoven kan Willem van der Sommen (77) weinig anders dan staren naar het parkeerterrein dat grenst aan het wooncomplex. Hij wacht op het moment dat zijn vrouw de hoek om rijdt. Haar dagelijkse bezoekjes vormen een lichtpunt in een leven dat drastisch veranderde door twee hersenbloedingen. Niks is meer hetzelfde.

Op één ding na: het bezoeken van PSV. Om de week rijdt er een busje voor waarin hij en een medebewoner naar het Philips Stadion worden vervoerd. Heen voorspellen ze de uitslag. Terug brommen ze over gemiste kansen. „Ik hoop dat ik bij de kampioenswedstrijd kan zijn”, zegt Van der Sommen. Die is vanavond: PSV moet thuis winnen van sc Heerenveen.

De gewezen conciërge behoort tot een categorie PSV-supporters die langzaam uitdunt. Steeds minder fans kunnen zeggen dat zij een band hebben met PSV, het aanpalende Philipsdorp en Philips zelf. Hij kan dat nog. De zoon van een glasblazer bij Philips werd geboren tegenover het stadion en bezat een seizoenskaart die elke maand werd verrekend via het loon van zijn vader. „Vijftien cent per week.”

Bij Wim van Berkum uit de Lindenlaan was het niet anders. De voormalige arbeider van Philips gaat al 57 jaar naar PSV. Nog steeds lopen al zijn verzekeringen via Philips. Elektronica in huis: vooral Philips. „Ik had als eerste een Senseo-apparaat.”

Ooit speelde het leven van arbeiders als hij zich af binnen één vierkante kilometer. Werk was er in de fabriek, woonruimte in de bijbehorende wijk waar alleen werknemers mochten wonen en vermaak bij de Philips Sport Vereniging. Winkels, onderwijs, religie: in alles was voorzien. Wie niet voetbalde, zong in het koor.

Zelfs Henry Ford kwam kijken

Zelfs de beroemde Amerikaanse industrieel Henry Ford toog in 1930 naar Philipsdorp om te zien hoe goed alles was geregeld. Evenals Indische prinsen en Franse ministers die werden rondgeleid door de buurt die in 1910 was opgezet door Anton Philips. Hij gold als de Steve Jobs van toen. Zijn zoon Frits verrichte in 1911 de aftrap van de eerste wedstrijd van PSV. Het bedrijf is nog steeds hoofdsponsor.

Er is veel veranderd. Zo verhuisde Philips tot teleurstelling van de Eindhovenaren zijn hoofdkantoor naar een toren in Amsterdam, worden veel huizen gehuurd door mensen die liefst zo snel mogelijk een koophuis elders betrekken en is PSV een zakelijkere profclub geworden waarvan de spelers niet meer in of rond het Philipsdorp wonen.

Senior Willem van der Sommen, schrijver van het boek Zo was het Philipsdorp, is zo iemand die moeilijk kan wennen aan de professionalisering van PSV. Hij zei het in 2013 al in het Eindhovens Dagblad: „PSV is een bedrijf waar gemoedelijkheid meer als een last dan een zegen wordt ervaren.”

Vergelijkbaar was in 2013 de conclusie van een intern rapport bij PSV. Te groot was de afstand tussen club en achterban. Spelers waren opgefokt, keken tijdens de Nieuwjaarsreceptie alsmaar op hun telefoon en maakten een ongeïnteresseerde indruk op de jaarlijkse fandag. En dan was er nog algemeen directeur Tiny Sanders, die bekend stond als kille saneerder. Was dit de club die altijd zo prat ging op zijn gemoedelijkheid?

PSV ging aan de slag met de kritiek uit het rapport. Vooral directeur Toon Gerbrands, de opvolger van Sanders. Gerbrands belde direct met oud-voorzitter Harry van Raaij, mailt collega’s altijd terug en verdiept zich in de nieuwe generatie voetballers. Interesse tonen, dat is wat Gerbrands kenmerkt. „Hij zorgt ervoor dat iedereen zich er weer bewust van is dat fans je levensader zijn”, zegt Harrie Timmermans, voorzitter van de supportersvereniging van PSV. Al vinden ook onder Gerbrands nog steeds de trainingen achter gesloten deuren plaats, tot ergernis van de supporters. Dat ‘buurten’ was juist altijd kenmerkend voor PSV.

Een woning via Philips

Toch zijn er nog enkele plekken over waar je stuit op de ziel van PSV. Bijvoorbeeld aan de koffietafel bij Wim van Berkum, voor wie PSV een uitlaatklep was na een week vol machinegeraas. „Mijn vrouw Tinie en ik zochten ’s avonds graag de gezelligheid op, maar wedstrijddagen hielden we vrij”, zegt hij in de woning die hij via Philips verkreeg.

Wat het naderende kampioenschap voor de oud-werknemer van Philips betekent, wordt al snel duidelijk. Het verzacht de pijn na het plotselinge overlijden van zijn vrouw, begin februari vorig jaar. Ze werd getroffen door een hersenbloeding.

Sindsdien zit hij ’s avonds alleen op de bank. Niet dat hij zielig is, zegt hij, maar het zijn wel de momenten dat hij de vlotte babbel van zijn geliefde mist. „Daarom is zo’n avondje PSV zo fijn. Samen met mijn zoon en wat vrienden naar het stadion, even nergens anders aan denken.”

Een stilte. Want hoe mooi de kampioensoptocht ook kan worden, dan nog gaat hij niet mee in de jubelende stoet richting Stadhuisplein. Niet zonder Tinie. „We liepen altijd samen achter de platte kar aan. Alleen voelt dat onprettig.”