Onderscheid tussen goede en slechte islam is loos gepraat

Hoeveel keer per dag ik mijn gezicht waste, vroeg een man uit het publiek tijdens een recent islamdebat. Ik moest weten dat hij het vijf keer daags deed. In feite zei hij: zie je dat ik een vrome moslim ben en jij niet meer dan een ongelovige hond? Dit voorval illustreert de hoogmoed van Allah-gelovigen die zich vermomt als deemoedige onderwerping aan Zijn regels.

Natuurlijk beseffen de meeste moslims diep in hun hart dat de voorschriften van de Koran niet bij de moderne tijd passen. Maar via trucs, die vroeger ook Bijbeluitleggers toepasten, proberen ze te ontsnappen aan de onontkoombare conclusie dat de Koran de waarden van een woestijncultuur van 1.400 jaar geleden weergeeft.

Een van de reddingspogingen wordt beschreven in Vlasbloms artikel ‘Moslims die bijna al hun geloofgenoten verketteren’ (Wetenschapsbijlage 11&12 april). De ‘Mekkaanse’ voorschriften zouden slechts moeten worden gezien als eeuwige beginselen die door Mohammed bedoeld waren ‘om geactualiseerd te worden volgens de eisen van tijd en plaats’.

Het onmogelijke van de operatie is dat die voorschriften uiterst specifiek zijn: handen bij dieven afhakken, vrouwen met slaag in het gareel brengen en zo. Wat is aan deze Koran te ‘actualiseren’? Slechts een pink bij boeven afhakken?

De islam bijt zich in zijn eigen staart door vast te houden aan de idee dat de Koran van kaft tot kaft het onwrikbare woord van Allah is. Anders dan de Bijbel zijn er ook nauwelijks verhalen die zich lenen voor een allegorische uitleg. En onmiskenbaar staat de Koran vol met oproepen tot geweld tegen on- en andersgelovigen. Het is daarom onmogelijk op grond van de Koran de misdadigers van IS te bestempelen als slechte moslims. Verlichte moslims mogen de soep niet zo heet eten als die door de Koran wordt opgediend, maar ze lepelen wel uit hetzelfde bord als hun geloofsgenoten die Allah’s woord letterlijk nemen.

Ik hoor deze verlichte moslims niet verklaren dat de Koran ondergeschikt is aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Niet voor niets wordt de autoriteit daarvan juist door moslimlanden aangevochten. Zolang moslims hun heilige boek weigeren te relativeren, is het onderscheiden van een goede en slechte islam loos gepraat.