Is het een gezicht of is het een ding?

Als je naar een gezicht kijkt, zie je meteen of het boos of vrolijk is. Maar als het gezicht ondersteboven staat, raken je hersenen in de war.

Op welke van de vier gezichten is het best te zien dat deze mevrouw heel boos is?

Zo. Draai nu de krant ondersteboven en kies nog eens de kwaadste kop. Bijna iedereen wijst nu een andere tekening aan. Jij ook? Welke?

We kunnen op gezichten van andere mensen heel goed kunnen zien hoe ze zich voelen. Maar niet als die gezichten op hun kop staan.

Om het lachende gezicht boos te maken hebben onderzoekers in Japan de mond en de ogen in het gezicht omgedraaid.

Die onderzoekers wilden weten waarom we van omgekeerde gezichten niet goed kunnen zien of mensen boos of vrolijk zijn. Ze legden proefpersonen met hun hoofd in een hersenscanner. Dan kun je meten welke stukjes hersenen aan het werk zijn. Toen lieten ze de proefpersonen de tekeningen zien.

Als je naar iets kijkt, kiezen je hersenen tussen twee mogelijkheden: je ziet een gezicht, of je ziet een ‘ding’. Als je hersenen een gezicht zien, schakelen ze de ‘dingherkenning’ zelfs uit.

Wat doen je hersenen als je naar een gezicht kijkt dat ondersteboven staat? De gezichtsherkenning reageert wel, maar hij twijfelt. En tegelijk blijft de dingherkenning aan staan. Je hersenen zijn in de war! En dan kun je niet goed zien hoe ‘het-ding-dat-misschien-een-gezicht-is’ zich voelt.