Grijze walvis breekt trekrecord zoogdieren

Foto Craig Hayslip

Een grijze walvis maakte in 2011 en 2012 een reis van 22.511 kilometer, bijna 2,5 keer de hemelsbrede afstand tussen Amsterdam en Tokio. Het is de langste trektocht van een zoogdier die ooit is gemeten (Biology Letters, 15 april).

Het walvisvrouwtje, Varvara, vertrok op 24 november 2011 voor de kust van het Russische eiland Sachalin. Ze stak de Beringzee over naar Alaska en zwom naar de warme wateren van Californië en Mexico, waar grijze walvissen kalveren. Het meest zuidelijk was ze op 2 februari, en de volgende dag keerde ze alweer om. Zo zwom Varvara via de walvis-geboortegronden weer terug naar de krillrijke wateren rond Sachalin.

De grijze walvis (Eschrichtius robustus) is een baleinwalvis die 15 meter lang kan worden. Ze migreren jaarlijks van voedselrijk water in het hoge noorden naar warm water in het zuiden om te kalveren.

Biologen onderscheiden twee populaties: een bloeiende Amerikaanse populatie en een bedreigde Aziatische. Bij een telling in 2008 bleek dat er nog maar 130 Aziatische grijze walvissen in het wild leven. Ooit leefden er ook grijze walvissen in de Atlantische Oceaan, maar die zijn in de 18e eeuw uitgestorven.

Russische en Amerikaanse biologen wilden weten welke trekroute Aziatische walvissen aflegden. Ze schoten daarom met een harpoen satellietzenders in de dikke huid van zeven walvissen. Bij drie bleef de zender lang genoeg zitten om de migratie te volgen.

Tot verassing van de biologen staken de drie de Grote Oceaan over. Dat roept de vraag op of deze ‘Aziatische’ walvissen eigenlijk geen Amerikaanse walvissen zijn. Dat is slecht nieuws. In het ergste geval zijn échte Aziatische walvissen, die kalveren in Aziatische wateren, al uitgestorven. In ieder geval lijkt de Aziatische populatie kleiner dan biologen al vreesden.