Column

Get out

Georgina Verbaan

Op een bedrijventerrein in Amsterdam Oost werd ik verwacht voor een cameratest. Bij zo’n test worden acteurs in verschillende pakjes met wisselende coupes en make-up voor een camera gezet en steeds met een ander lampje beschenen of bekeken door een lensje zus met een filtertje zo. Dat is niet echt spannend. Men hangt wat rond, prikt doelloos in een bakje afhaalchinees, of informeert naar de aanwezigheid van drop.

„Alleen boerderijdrop, is dat goed?”

„Prima.”

Wanneer de juiste ingrediënten uiteindelijk ontdekt zijn en de film in de bioscoop draait, zal niemand vermoeden dat het idee voor de wapperende jurk en het iconische haar begon te pruttelen in een veredelde garagebox/loods op de Duiven-drechtsekade. De garagebox telt ook nog een keuken/make-upruimte en een hal/kleedruimte.

Precies op het moment dat ik in de hal/kleedruimte bezig was om mijn kont in een broek te krijgen, kwamen er achter mij drie mensen binnen. Ik draaide me zo snel als mogelijk was om, om verontschuldigende blikken af te vuren op de mensen. Maar kennelijk hadden ze niets gezien. Ze smiespelden met elkaar en wisselden ernstige blikken uit terwijl ze een trap in de keuken/make-upruimte opliepen. Iedereen was stilgevallen om de vreemdelingen te bekijken en stond klaar om ze te begroeten en te vragen wat ze kwamen doen, maar omdat ze zo doelbewust naar boven waren gelopen had iedereen zijn activiteiten maar weer hervat. Zal wel.

Toen ik kort daarna in de make-upstoel in de keuken ging zitten en een kip en een molen in mijn mond stak, hoorde ik uit de ruimte boven ons een ijselijke oerkreet komen. Zo’n geluid had ik niet meer uit een mens horen komen sinds de dag dat ik van mijn kind beviel. Een soort keelbrul. „Uuuuaaaaaagggggheeeeee!”

„In the name of Jehova, in the name of Jesus; Get out of this body!”

„Kan je even je mascara eraf halen, beginnen we lekker vers?”, zei de make-up dame.

„Ja...”

„You have no business in this body! Get out! Get out!”

„Dit spul prikt een beetje, ik kan niet tegen–”

„AAAAARGH!!”

„Hold her! In the name of Jehova! In the name of Jesus! Get out now!”

De make-up dame en ik keken naar het plafond. „Dit is een duivelsuitdrijving.” „Ja.”

Op onze tenen togen we naar boven. Door lamellen keken we een zaaltje met een katheder in. Daar lag een vrouw op grijze vloerbedekking te kermen in het schijnsel van de tl-verlichting die in het systeemplafond verwerkt was. ‘Dung Gate Chapel’ stond op de katheder geschreven. En het is kinderachtig, maar heel veel meer heb ik niet nodig om van een middelmatige dag een fantastische te maken. Een duivelsuitdrijving in de Poep Poort Kapel op de Duiven-drechtsekade. Een uur later kwamen de mensen met een licht gemoed naar beneden.