Flinterdun feminisme

Minister Jet Bussemaker gaat door met de nieuwe databank voor topvrouwen. Er zijn inmiddels 700 vrouwen verzameld, om eerder dan 2027 30 procent vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven te krijgen. Ik wens haar een prettige wedstrijd, want de meeste vrouwen willen helemaal niet naar de top.

Feministes van het eerste uur: dank jullie wel. Dank, Betty Friedan, Simone de Beauvoir, Wilhelmina Drucker, Joke Smit en Hedy d’Ancona. Zonder jullie waren wij vrouwen nu niet geweest waar we zijn. Hadden we wellicht nog steeds niet mogen werken, of nog geen stemrecht gehad. Inmiddels leven we gelukkig in de 21ste eeuw. Nadat het feminisme door het imago van de zusters uit de jaren 70 decennialang was weggezet als tuinbroeken- en schaamhaar-overal-feminisme waar geen vrouw zich meer mee leek te willen identificeren, is het sinds een jaar of twee weer salonfähig geworden.

We zien over de grenzen jonge vrouwen als Emma Watson, Miley Cyrus en Beyoncé zich weer feminist noemen. We moeten ‘ruimte innemen’ en ‘in leanen’ volgens Facebook-topvrouw Sheryl Sandberg. De Oekraïense strijdsters van Femen werpen zich letterlijk met ontbloot bovenlijf in de strijd. Schrijfster Caitlin Moran had een bestseller met haar How to be a woman, het verhaal van een meisje dat opgroeit en merkt dat ze niet weet hoe ze vrouw moet zijn. Geestig, maar is dat feministisch? Ook Lena Dunham, van de succesvolle serie Girls en het boek I’m not that kind of girl wordt gezien als moderne feminist. Net als Moran wordt ze vooral geprezen om haar ‘ik ben niet perfect, dus ik mag er zijn’-houding. Kijk mij eens lak hebben aan mijn uiterlijk en wat jullie daarvan vinden. En: ik wil seks en ik praat daar lekker gewoon open over. Gevraagd naar wat het feminisme precies betekent, blijft de tekst flinterdun en zeer algemeen. Zo zei Dunham in NRC: „Gelijkheid steunen, rechtvaardigheid steunen, uitdragen dat vrouwen in staat zouden moeten zijn om hun eigen keuzes te maken met hun eigen lichaam, dat ze de beschikking hebben over dezelfde middelen als mannen.” Tja, dat vinden we allemaal wel.

Waar dit ‘moderne feminisme’ zich druk maakt over lichamelijk imperfectionisme en seksbeleving, is het echte feminisme nodig in landen als India, of in islamitische landen en kalifaten waar vrouwen worden gestenigd of verbrand als ze verdacht worden van overspel of ander ‘onwenselijk gedrag’. Als de Emma Watsons en Beyoncés van deze wereld daar over zouden preken, zou ik dat welkom vinden. Verschrikkelijke toestanden waarvoor aandacht moet komen. Maar dat is daar. Niet hier, in Nederland.

Toch doen we alsof het feminisme ook hier nog nodig is. We dwepen met Dunham, Beyoncé en Watson en zien vrouwen als Heleen van Royen en Marlies Dekkers als vertolkers van het moderne feminisme.

Onlangs lanceerde feministisch blad Opzij zelfs een Ophij, omdat het vindt dat de ‘man nu aan zet is’. Ineens is de ongelijke betaling van mannen en vrouwen weer een issue. Ineens hebben we het weer over gelijke verdeling van zorg. Ineens gaat het weer over hoe weinig moeders werken, over kleverige vloeren en al dan niet glazen plafonds. Iedereen is schuldig aan dit alles, behalve de vrouw zelf. Joke Smit zou zich omdraaien in haar graf als zij ziet dat we het hier nu nog over hebben. Met Het onbehagen bij de vrouw uit 1967 (!) beschreef ze precies waar moeders vandaag nog mee worstelen. Destijds concludeerde zij al met grote verbazing dat Nederlandse vrouwen niets liever wilden dan huisvrouw zijn en kinderen grootbrengen.

Deze maand onderzocht het tijdschrift fabulous mama de tijdsbesteding van 2800 moeders. Daaruit blijkt dat 40 procent van de moeders helemaal niet wil dat hun man meer in huis doet (per week besteden zij 13 uur aan huishouden, hun man 4). Ook als het gaat om werk en carrière, zegt 74 procent dat zij het liefste een baan heeft tussen de 16 en 24 uur. Het is dus pertinente onzin dat de man aan zet is. En het is pertinente onzin dat het vrouwenquotum meer vrouwen naar de top gaat krijgen. De vrouw is aan zet. Dat is ze altijd al geweest.

Joke Smit hoopte dat de groep vrouwen met ‘onbehagen’ zou groeien. Dat is gebeurd. Er zijn heus veel meer vrouwen met betekenisvolle banen, er zijn heus vrouwen die wel ambitie hebben en niet in de slachtofferrol zitten. Vrouwen en mannen zijn hier echt gelijk. We zíjn allemaal al feminist. Hier in Nederland hebben vrouwen kansen. Ze kunnen een gelijk salaris eisen en een carrière hebben, maar waarom doen ze dat niet? Het antwoord op die vraag is even ontstellend als simpel: omdat vrouwen dat niet willen.