Een schilderij kan inspireren tot een song

Typhoon. Foto Lars van den Brink

Wat was uw eerste museumervaring?

„Beeldende kunst is niet iets dat ik van huis uit heb meegekregen. Toen vrienden naar de kunstacademie gingen, werd ik nieuwsgierig, struinde ik opeens door het Stedelijk Museum in Zwolle. Sinds kort heb ik een Museumjaarkaart en ga ik er vol voor. Ook op reis bezoek ik veel musea.”

Wat hoopt u daar te vinden?

„Inspiratie en verstilling. In een museum in Perth zag ik hoe de Aboriginals in Australië als tweede- en derderangsburgers zijn behandeld. Dan laat ik me meenemen door de historie en trek ik parallellen met andere, bekendere bronnen van het kwaad.

„Het Magritte Museum in Brussel vond ik bijna een spirituele ervaring. Zijn schilderijen raakten me regelrecht in mijn kern.”

Inspireert kunst u tot songs?

„Regelmatig. Ik ben echt een beeldman. ‘Glenn 1984’ op Lobi da Basi is geïnspireerd door het gelijknamige schilderij van Jean-Michel Basquiat, de eerste wereldberoemde zwarte beeldend kunstenaar. Basquiat ging ten onder aan zijn eigen succes. Zijn biografie is voor mij een wijze les. Als succesvol kunstenaar moet je juist de verstilling opzoeken. Ik ben nederig van nature, ik mediteer en bid veel. Ook mijn omgeving helpt me om dicht bij mezelf te blijven.”

Het ergerde Basquiat dat zijn huidskleur een rol speelde in zijn carrière. Herkent u dat?

„Nederland doet alsof er geen discriminatie is. Onzin, white privilege bestaat anno 2015 nog steeds. Aan allerlei simpele dingen merk ik dat ik een zwart ben. Als ik ’s avonds laat over straat loop, is dat voor sommige mensen verdacht. En een zwarte artiest op de cover van een tijdschrift, daar wordt op redacties ook niet licht over gedacht. Daarom ben ik blij dat ik als artiest een platform heb gecreëerd voor gelijkheid. Een krachtig burgermiddel.”

tekst Arjen Ribbens

foto Lars van den Brink