Eén met Philips, de wijk en PSV

Aanstaand kampioen PSV dreef weg van zijn achterban. Andersom niet. Naast het stadion wonen voormalige arbeiders van Philips, de club is het lichtpuntje van hun week.

Graffiti van Frits Philips, de man die in 1911 de aftrap verrichtte van de eerste officiële wedstrijd van PSV. Zijn vader was grondlegger van Philips, waarmee PSV een eeuwige band heeft. Foto’s Merlin Daleman

Geestelijk is hij nog in orde. Lichamelijk niet meer. Liggend in kamer 135 van verzorgingstehuis Vitalis in Eindhoven kan Willem van der Sommen (77) weinig anders dan staren naar het parkeerterrein dat grenst aan het wooncomplex. Hij wacht tot moment dat zijn vrouw de hoek om rijdt. Haar dagelijkse bezoekjes vormen een lichtpunt in een leven dat drastisch veranderde door twee hersenbloedingen. Niks is meer hetzelfde.

Op één ding na: het bezoeken van PSV. Om de week rijdt er een busje voor waarin hij en een medebewoner naar het Philips Stadion worden vervoerd. Heen voorspellen ze de uitslag. Terug brommen ze over gemiste kansen. „Ik hoop dat ik bij de kampioenswedstrijd kan zijn”, zegt Van der Sommen. Die is zaterdag: PSV moet thuis winnen van sc Heerenveen. Verzuchtend: „Laatst konden we niet naar de carnavalsoptocht, doordat er geen vrijwilligers waren om ons te begeleiden.”

De gewezen conciërge behoort tot een categorie PSV-supporters die langzaam uitdunt. Steeds minder fans kunnen zeggen dat zij een band hebben met PSV, het aanpalende Philipsdorp en Philips zelf. Hij wel. De zoon van een glasblazer bij Philips werd geboren tegenover het stadion en bezat een seizoenkaart die elke maand werd verrekend via het loon van zijn vader. „Vijftien cent per week.”

Bij Wim van Berkum uit de Lindenlaan was het niet anders. De voormalige arbeider van Philips gaat al 57 jaar naar PSV. „Eerst had ik drie seizoenkaarten. Over een heel jaar werd er dan duizend gulden ingehouden op je loon. Dan voelde je het niet zo.” Nog steeds lopen al zijn verzekeringen via Philips. Elektronica in huis: merendeels Philips. „Ik had als eerste een Senseo-apparaat.”

Ooit speelde het leven van arbeiders als hij zich af binnen één vierkante kilometer. Werk was er in de fabriek, woonruimte in de bijbehorende wijk waarin alleen werknemers mochten wonen en vermaak bij de Philips Sport Vereniging. Winkels, onderwijs, religie: in alles was voorzien. Wie niet voetbalde, zong in het koor.

Henry Ford

De beroemde Amerikaanse industrieel Henry Ford toog in 1930 naar Philipsdorp om te zien hoe goed alles was geregeld. Evenals Indische prinsen en Franse ministers die trots werden rondgeleid door de buurt die in 1910 was opgezet door Anton Philips. Hij gold als een voorloper in zijn tijd. De Steve Jobs van toen. Zijn zoon Frits verrichte in 1911 de aftrap van de eerste wedstrijd van PSV. Het bedrijf is nog steeds hoofdsponsor.

Toch is er nadien veel veranderd. Zo verhuisde Philips tot teleurstelling van bakermat Eindhoven zijn hoofdkantoor naar een wolkenkrabber in Amsterdam, worden veel huizen gehuurd door mensen die liefst zo snel mogelijk een koophuis elders betrekken en is PSV een zakelijkere profclub geworden waarvan de spelers niet meer in of rond het Philipsdorp wonen.

Behalve sterspeler Depay. Hij woont in een penthouse in een gloednieuw appartementencomplex naast het stadion. Vanaf zijn balkon kijkt hij uit op de huisjes van de achterban. Al is het meer dat hij erop neerkijkt, zeggen de fans.

Willem van der Sommen, schrijver van het boek Zo was het Philipsdorp, is zo iemand die moeilijk kan wennen aan de professionalisering van PSV. Hij zei het in 2013 al in het Eindhovens Dagblad: „PSV is een bedrijf waar gemoedelijkheid meer als een last dan een zegen wordt ervaren.”

Vergelijkbaar was in 2013 de conclusie van een intern rapport bij PSV. „De thermostaart moet een paar graden hoger”, luidde de ondertitel. Te groot was de afstand tussen club en achterban. De profs zouden de jeugd niet meer zien staan. „Jongens die aan de poort op vervoer staan te wachten, moeten terugspringen, omdat de profs bij het uitrijden van De Herdgang anders over hun tenen rijden.”

Spelers waren opgefokt, keken tijdens de Nieuwjaarsreceptie alsmaar op hun telefoon en maakten een ongeïnteresseerde indruk op de jaarlijkse fandag, tot onvrede van ouders. En dan was er nog het kille saneren door algemeen directeur Tiny Sanders dat ten koste ging van de warmte.

Was dit de club die altijd zo prat ging op zijn gemoedelijkheid? De club waar fans als Willem van der Sommen en Wim van Berkum zich vereenzelvigden met gewoon gebleven toppers als Willy van der Kuijlen en de broers Willy en René Van de Kerkhof? Nee. „Het bijzondere aan Van der Kuijlen was dat hij juist zo gewoon was”, zegt Van Berkum. „Een Helmondse boer.”

Sigarenzaak

PSV ging aan de slag met de kritiek uit het rapport. Vooral directeur Toon Gerbrands, de opvolger van de vorig jaar opgestapte Sanders. Gerbrands belde direct met oud-voorzitter Harry van Raaij, mailt collega’s altijd terug en verdiept zich in de nieuwe generatie voetballers. „Waarom heb je die tatoeage”, vraagt hij ze. Interesse tonen, dat is wat Gerbrands kenmerkt. „Hij zorgt ervoor dat iedereen zich weer bewust is dat fans je levensader zijn”, zegt Harrie Timmermans, voorzitter van de supportersvereniging van PSV. Al heeft ook Gerbrands geen einde kunnen maken aan de trainingen achter gesloten deuren. Afgelopen donderdag en vrijdag gingen de hekken weer op slot op De Herdgang.

Dat buurten was juist altijd kenmerkend voor PSV. Iedereen voelde zich betrokken, zegt Van der Sommen vanuit zijn bed. Pratend over het mooie verleden is het alsof hij gisteren nog sigaretten kocht bij Coen Dillen aan de Frederiklaan. De topscorer aller tijden van PSV had een eigen zaak tegenover het Philips Stadion. Geregeld door PSV, dat zorg droeg voor oudgedienden. Na zijn dood in 1990 hield weduwe Mien de zaak draaiende, tot zij in 2012 met pensioen ging na een ongelukkige val in huis. Nu zit op nummer 207 een wolwinkel. Historie is vergaan.

Toch zijn er nog enkele plekken over waar je stuit op de ziel van PSV. Bijvoorbeeld aan de koffietafel bij Wim van Berkum, voor wie PSV een uitlaatklep was na een week vol machinegeraas. „Mijn vrouw Tinie en ik zochten ’s avonds graag de gezelligheid op, maar wedstrijddagen hielden we vrij op de kalender”, zegt hij in de woning die hij via Philips verkreeg. „Dan moest ons Wim naar het voetbal.”

Wat het naderende kampioenschap voor de oud-werknemer van Philips betekent, wordt al snel duidelijk. Het verzacht de pijn na het plotselinge overlijden van Tinie, begin februari vorig jaar. Ze werd getroffen door een hersenbloeding. Nu baalt Van Berkum nog altijd dat hij haar de fatale dag geen kus had kunnen geven toen ze de deur uit ging. „Ze had zoveel last dat het er niet van kwam.”

Sindsdien zit hij ’s avonds alleen op de bank. Niet dat hij zielig is, zegt hij, maar het zijn wel de momenten dat hij de vlotte babbel van zijn geliefde mist. „Daarom is zo’n avondje PSV zo fijn. Samen met mijn zoon en wat vrienden naar het stadion, even nergens anders aan denken.”

Een stilte. Want hoe mooi de kampioensoptocht ook kan worden, dan nog gaat hij niet mee in de jubelende stoet richting Stadhuisplein. Niet zonder Tinie. „We liepen altijd samen achter de platte kar aan. Alleen voelt dat onprettig.”