Column

Denk nationaal, denk kortzichtig

Geweldig interview met Alex Brenninkmeijer in de Volkskrant, deze week. De voormalig ombudsman zit sinds een jaar namens Nederland in de Europese Rekenkamer in Luxemburg. Hij ziet Europa als een nuttig en noodzakelijk project, dat helaas steeds vierkanter gaat draaien.

En hoe komt dat? Omdat bijna alle Europese landen worden bestuurd door middelmatige politici die vooral aan zichzelf denken en aan het belang van hun eigen land. Hij verwijt ze „onvoldoende leiderschap en gebrek aan visie”. Ze schieten alles af wat Europees is, van een Europese buitenlandse politiek tot een gemeenschappelijke economische politiek die de eurocrisis vrijwel meteen kan beëindigen. Daardoor hebben ze het eigenlijk nog maar over geld en de vraag wie er het meeste macht heeft.

Brenninkmeijer heeft gelijk. Afgelopen week nog spreidden de lidstaten een geweldig staaltje Europese kortzichtigheid ten toon, op een paar honderd meter van zijn kantoor vandaan: bij het Europese Hof van Justitie. Al jaren kan het Hof de werkdruk niet aan, omdat er steeds meer complexe zaken binnenkomen. Dus vroeg het Hof twaalf extra rechters en meer référendaires, medewerkers die voorbereidend werk doen.

Maar de 28 lidstaten konden het niet eens worden over welk land wel en geen extra rechter mocht afvaardigen. Dus werden geen twaalf maar 28 rechters benoemd. Kosten: 20 miljoen euro per jaar. En geld voor extra medewerkers was er toen niet meer. Het Hof was razend over deze ‘oplossing’.

Zo werkt Europa. Regeringen maken er een potje van en zeggen daarna dat Europese instellingen te duur, te groot en te machtig zijn. Dan beginnen ze foeterend te snijden in die instellingen – niet in ‘hun’ personeel maar in andere (vaak meer vitale) zaken.

Hetzelfde is met de Europese Commissie gebeurd. 28 eurocommissarissen, dat zijn er te veel. Daarom staat in het Lissabonverdrag dat er minder moeten komen, desnoods door nationaliteiten te laten rouleren. Regeringen hebben dat er zelf in geschreven. Maar bij nader inzien wil niemand ‘zijn’ commissaris kwijt. Dus zitten er nog altijd 28 commissarissen, van wie sommigen uit hun neus eten en collega’s voor de voeten lopen.

Zo zijn er nu drie man die over de euro gaan, die allemaal doen alsof zij de baas zijn en die ambtenaren horendol maken door driemaal zoveel rapporten te bestellen als vroeger. Op deze ambtenaren wordt overigens wél gekort.

De Commissie kan weinig doen: regeringen beslissen hierover. Toch klagen diezelfde regeringen steen en been over verkwisting en te veel personeel in Brussel. De meeste burgers kennen de achtergrond van die verhalen niet. Dus burgers slikken dit voor zoete koek.

Waarom gedragen regeringsleiders en ministers zich zo? Het antwoord is: omdat ze steeds minder relevant worden. Veel onderwerpen zijn grensoverschrijdend – van klimaatverandering tot handelsverdragen, van de eurocrisis tot het conflict met Rusland. Beleid hierover wordt tegenwoordig ver boven de hoofden van nationale politici gemaakt. Voor een land doet het er, zo bezien, minder dan vroeger toe of het goede leiders heeft. Vandaar dat we in heel Europa middelmatige leiders hebben, managers zonder veel visie. Vroeger probeerden politici kiezers te overtuigen dat hun visie – voor het land of voor Europa – de juiste was. Nu kijken ze wat kiezers willen. Nationale kiezers bepalen hun agenda. Europese kernprincipes als het vrije personenverkeer of het discriminatieverbod worden uitgehold door de nationale waan van de dag.

Europa staat voor grote uitdagingen. Het is tijd voor verantwoord gemeenschappelijk beleid, anders gebeuren er ongelukken. Europeanen moeten weer eens leiders kiezen die Europa serieus nemen.